Veel gestelde vragen
Kan een ouder verplicht worden tot omgang met zijn kind?
Wat moet de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming bevatten?
Wat behelst een inventaris voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ?
Mag het onderhoudsgeld voor de echtgenoot of kinderen bij een akte van regeling van een echtscheiding door onderlinge toestemming vrij worden overeengekomen?
Moeten er bij een scheiding met co-ouderschap twee familiale verzekeringen worden afgesloten?
RSVZ 1 - Na mijn scheiding zijn de kinderen en ik in Frankrijk gaan wonen. Mijn echtgenoot betaalt geen bijdragen als zelfstandige meer in België; ikzelf werk niet. Resultaat: ik ontvang geen enkele kinderbijslag meer. Kan men in zo’n situatie geen gezinsbijslag storten vanuit België?
RSVZ 2 - Mijn echtgenote en ik waren beiden zelfstandige in België. Samen hebben we drie kinderen. We gaan feitelijk scheiden. Mijn echtgenote wordt bediende in Nederland en gaat met de kinderen op een apart adres inBelgië wonen. Ik blijf zelfstandige in België. Welke gevolgen heeft dit voor de kinderbijslag?
Ziekenfonds: Wat te doen bij echtscheiding?

De arts en de kinderen van gescheiden ouders

SIS-kaarten. — Uitreiking van een tweede exemplaar aan kinderen bij echtscheiding.
Wat behelst een akte regeling-overeenkomst voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ?
Hoe bewijzen echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren?

Kan een ouder verplicht worden tot omgang met zijn kind?
Kan een ouder verplicht worden tot omgang met zijn kind?
Kan een ouder ook actie ondernemen als de niet-verzorgende ouder de omgangsregeling frusteert? De Rechtbank Amsterdam deed enkele maanden geleden hierover uitspraak.

Omgang tussen de niet-verzorgende ouder en het kind

Na een echtscheiding wordt vaak een omgangsregeling tussen de niet-verzorgende ouder en het kind overeengekomen of vastgesteld door de rechter. In het algemeen betreft het vaak een omgangsregeling van een weekend per twee weken en de helft van de schoolvakanties en feestdagen.
Het komt voor dat de verzorgende ouder de omgangsregeling tussen de niet-verzorgende ouder en het kind frustreert. Als niet-verzorgende ouder kun je dan naar de rechter stappen om een omgangsregeling af te dwingen. Maar kan het ook vice versa? Kan een verzorgende ouder actie ondernemen als de niet-verzorgende ouder de omgangsregeling frustreert? Een verzorgende ouder kan het immers in het belang van het kind vinden dat er omgang plaatst vindt en dat de zorg van het kind gedeeld wordt.

Rechtbank Amsterdam
Een dergelijke kwestie kwam een aantal maande geleden bij de Rechtbank Amsterdam aan de orde.
Partijen zijn in 2003 gescheiden. Uit hun huwelijk is een dochter geboren. Na de echtscheiding hebben beide ouders het gezag over het kind behouden. De dochter van partijen kreeg haar hoofdverblijfplaats bij moeder. De rechtbank heeft destijds bij de echtscheiding een omgangsregeling van een weekend per twee weken en de helft van de schoolvakantie en feestdagen vastgesteld tussen vader en dochter. Na vier jaar komt vader de vastgestelde omgangsregeling ineens niet meer na. Moeder start een procedure waarin zij stelt dat de omgang niet alleen een recht van de vader is, maar ook van de dochter. Daarnaast is zij van mening dat de zorg van de dochter gedeeld dient te worden. Dit vindt zij in haar situatie ook noodzakelijk aangezien het zonder omgang met vader voor haar als alleenstaande moeder niet haalbaar is haar werk en de zorg van haar dochter te combineren. Moeder vraagt de Rechtbank dan ook vast te stellen dat vader de vastgestelde omgangsregeling dient na te komen op straffe van een dwangsom.

De Rechtbank heeft de moeder in het gelijk gesteld en heeft daarmee een moderne visie op het ouderschap gegeven. De rechter is van mening dat de gezag de verplichting met zich meebrengt voor een kind te zorgen. Deze zorgplicht uit zich onder meer in het verzorgen en opvoeden van het kind. Het betalen van kinderalimentatie en het nakomen van een omgangsregeling kan worden gezien als het invullen van die zorgplicht. Dit is volgens de rechtbank dan ook de reden dat in deze kwestie de vader verplicht kan worden de vastgestelde omgangsregeling na te komen.

Conclusie
Het recht op omgang tussen een met het gezag belaste ouder en zijn kind is in ieder geval in de ogen van de Rechtbank Amsterdam geen vrijblijvende aangelegenheid. Of de hogere rechters in Nederland deze mening delen is nog de vraag, maar het vonnis van deze Rechtbank is ieder geval in de lijn van het dit jaar ingediende wetsvoorstel Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige echtscheiding.

Bron: www.alimentatie.nl Mr. V.C. Gall Dommerholt Advocaten N.V. 13-02-2008

Terug naar vragenlijst

Wat moet de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming bevatten?
Vraag:  Wat moet de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming bevatten?

Antwoord:
De echtgenoten die willen scheiden door onderlinge toestemming moeten hun wederzijdse rechten regelen en hieromtrent een overeenkomst maken. De akte waarin deze regelingen worden getroffen, wordt de regelingsakte genoemd.

Deze akte omvat :

1. het akkoord dat de echtgenoten hebben gesloten over de verdeling van hun goederen. Zij zijn hierin volkomen vrij en moeten geen rekening houden met de bepalingen van hun huwelijkscontract. Naast de concrete verdeling van al hun bezittingen, o.a. de woning, meubelen, huisraad en gelden, bevat het akkoord ook een regeling over de bijdrage in de bestaande en toekomstige schulden (vb. regeling met betrekking tot bestaande kredieten, leningen, nog te verwachten belastingen!).

2. de overeenkomst over volgende punten opgesomd in de wet :
- de verblijfplaats van de echtgenoten tijdens de proefperiode;
- de regeling met betrekking tot het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de minderjarige ongehuwde en niet-ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, van de kinderen die ze hebben geadopteerd alsook van de kinderen van één van hen die de andere heeft geadopteerd;
- eventueel de regeling omtrent het recht op persoonlijk contact met voornoemde kinderen;
- de bijdrage van elk van de echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen;
- het bedrag van de eventuele uitkering tot onderhoud te betalen door de ene echtgenoot aan de andere;
- de regeling van het erfrecht tussen echtgenoten in geval van overlijden tijdens de procedure.

Bevat de regelingsakte een regeling over onroerend goed, dan zal deze akte steeds notarieel moeten zijn.
Ook in de gevallen dat de echtgenoten geen onroerend goed bezitten is het aan te raden de regelingsakte te verlijden voor een notaris. Voor het geval de overeenkomst niet vrijwillig zou worden uitgevoerd, heeft de notariële akte namelijk het voordeel van de uitvoerbare kracht.

Bron: © 2007 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be 

Terug naar vragenlijst
Wat behelst een inventaris voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ?
Vraag:  Wat behelst een inventaris voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ?


Antwoord:
Echtgenoten die tot een echtscheiding door onderlinge toestemming willen overgaan kunnen bij notariële akte een inventaris laten opmaken. Dit is geen verplichting meer en in de praktijk is dit nog weinig gebruikelijk.

De bedoeling is dat de echtgenoten, alvorens tot een verdeling over te gaan, een juist beeld zouden hebben van de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen alsook van hun eigen vermogen.

Deze inventaris omvat een opsomming van :

- de onroerende goederen;

- alle roerende voorwerpen (o.a. meubelen, huisraad, sierstukken, auto) met een schatting die eerder een element is van nadere beschrijving, dan een eigenlijke waardebepaling;

- de gelden, bankrekeningen, spaarboekjes, titels en voorwaarden;

- de schulden (leningen, afbetalingen...)

Bij het afsluiten van de inventaris zullen beide echtgenoten onder eed moeten bevestigen dat de inventaris volledig is, dat zij dus niets hebben verborgen of verduisterd, en ook niet weten dat er door een ander iets verborgen of verduisterd werd.

De echtgenoot die meineed pleegt verliest niet alleen alle rechten in de betrokken goederen, maar riskeert ook een veroordeling tot een gevangenisstraf en/of geldboete.

Bron: © 2007 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be

Terug naar vragenlijst
Mag onderhoudsgeld bij akte van regeling vrij worden overeengekomen ?
Vraag: Mag het onderhoudsgeld voor de echtgenoot of kinderen bij een akte van regeling van een echtscheiding door onderlinge toestemming vrij worden overeengekomen?

Antwoord:
In de akte van regeling voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming dienen de echtgenoten krachtens de wet een overeenkomst te treffen over het onderhoudsgeld voor de kinderen en de uitkering tot levensonderhoud tussen echtgenoten.

Uitkering tussen echtgenoten
De echtgenoten worden hierin in principe volledig vrij gelaten. Zij kunnen overeenkomen dat er geen onderhoudsgeld verschuldigd is, noch enige uitkering te betalen is aan elkaar.

Wanneer er wel onderhoudsgeld verschuldigd is, dient het bedrag te worden vastgesteld, de wijze en datum van betaling, de al of niet aanpassing aan de index van de consumptieprijzen en de termijnen gedurende welke het zal verschuldigd zijn, bv. tot de uitkeringsgerechtigde echtgenoot een nieuw huwelijk aangaat.

Vermits de echtgenoten het onderhoudsgeld contractueel overeenkomen, kan het bedrag in principe enkel maar gewijzigd worden en de betaling ervan enkel maar ophouden in de gevallen in de overeenkomst voorzien, of bij later onderling akkoord. Vandaar dat er niet genoeg kan gewezen worden op het gevaar van dubbelzinnige of onvolledige overeenkomsten.

Sedert de laatste wetswijziging heeft de rechter de mogelijkheid om de uitkering tussen echtgenoten te verhogen, te verminderen of af te schaffen in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of in een latere beslissing, tenzij de echtgenoten deze mogelijkheid uitdrukkelijk uitsluiten in de regelingsakte.

Onderhoudsbijdrage kinderen
De ouders moeten in de regelingsakte een overeenkomst maken over de onderlinge verhouding waarin zij zullen bijdragen in het onderhoud van het minderjarig kind. Zij kunnen hierover vrij overeenkomen.
Deze regeling doet geen afbreuk aan de onderhoudsverplichting die de ouders steeds behouden ten opzichte van de kinderen. Zo is het toegelaten dat de ouders overeenkomen dat één van hen voor het geheel of het grootste gedeelte zal instaan voor het onderhoud van de kinderen. Indien die ouder niet meer de mogelijkheid zou hebben om in te staan voor het kind, dan zal de andere ouder aangesproken worden om het kind het nodige levensonderhoud te verschaffen.

De regeling voor het onderhoud van het kind zal dikwijls bestaan uit een regeling waarbij de echtgenoten overeenkomen:
- wie de kosten zal dragen voor de periode waarin het kind bij de ene of de andere ouder verblijft,
- een bijzondere regeling omtrent de bijdrage in de buitengewone kosten: vb. kosten voor hospitalisatie, chirurgische ingrepen, tandheelkundige kosten, kosten voor hogere studies…
- een onderhoudsbijdrage in geld die betaald wordt door de ene ouder aan de andere ouder voor het levensonderhoud van het kind.
In dit geval zal in de overeenkomst de wijze en datum van betaling, de al of niet indexatie van dit bedrag, de al of niet aanpassing wanneer het kind een bepaalde leeftijd bereikt en de duur van verplichting tot onderhoudsbijdrage worden vastgelegd.

De regeling voor de kinderen, met inbegrip van de onderhoudsuitkering, kan altijd worden herzien door de rechtbank als deze strijdig is met de belangen van het kind.

Bron: © 2007 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be 

Terug naar vragenlijst
Moeten er bij een scheiding met co-ouderschap twee familiale verzekeringen worden afgesloten?
Moeten er bij een scheiding met co-ouderschap twee familiale verzekeringen worden afgesloten?

De gezinssituaties zijn vandaag de dag zeer verscheiden. De naam 'familiale verzekering' doet vermoeden dat ze er enkel is voor gezinnen. Dit is een misverstand. De familiale is er 'voor iedereen'. Concreet betekent dit: voor u en voor alle personen die gewoonlijk bij u inwonen, met andere woorden uw partner, uw kinderen (zelfs als ze op kamers of tijdelijk elders verblijven), een vriend(in), uw inwonende ouders en zelfs uw huisdieren.

Bij een scheiding is het wettelijke uitgangspunt (artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek) dat ouders aansprakelijk blijven voor hun minderjarige kinderen ook al verblijven die elders. Het is dan ook logisch dat beide ouders een familiale verzekering nemen omwille van enerzijds hun eigen aansprakelijkheid en anderzijds die van hun kind(eren).

In de praktijk past elke verzekeringsmaatschappij voor een stuk haar eigen regels toe. U doet er dus goed aan de voorwaarden van zowel uzelf als uw ex-partner grondig te controleren. In wat volgt kunnen we enkel het beleid van DVV verzekeringen toelichten. DVV past sowieso bij elke scheidingsvorm 1 jaar lang de voorwaarden toe van de familiale gezinspolis.

Bij een scheiding met bezoekrecht voor een van de ouders is het voldoende dat de ouder met het hoederecht een gezinspolis sluit om de aansprakelijkheid van het kind te dekken. In dat geval dekt de familiale immers ook de tijdelijke verblijven van het kind bij de ouder met bezoekrecht. Voor de ouder met bezoekrecht volstaat in dat geval een familiale voor alleenstaanden. In wat volgt nemen we gemakkelijkheidshalve aan dat de ouder met hoederecht de moeder is en de ouder met bezoekrecht de vader. DVV is hypothetisch de verzekeraar van de vader.

Gebeurt er bij een scheiding met bezoekrecht een ongeval als het kind bij de vader verblijft, dan komt DVV tussenbeide, zelfs als dit een polis voor alleenstaanden is. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de moeder verblijft, dan komt de familiale van de moeder eerst tussen. Heeft de moeder in dit geval geen familiale polis, dan is de vader volgens de wet medeaansprakelijk en zal zijn familiale dit vergoeden. DVV heeft dan wel verhaalrecht op de moeder en zal het te betalen bedrag van haar mogelijk terugvorderen.

Bij co-ouderschap zijn beide ouders nog altijd aansprakelijk (art. 1384 BW) en beiden dienen dan ook een gezinspolis te sluiten. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de vader verblijft, dan zorgt logischerwijze DVV voor een schadevergoeding. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de moeder verblijft, dan betaalt haar verzekeringsmaatschappij de schadevergoeding. Heeft de moeder geen familiale polis, dan is de vader volgens de wet medeaansprakelijk en zal zijn familiale het vereiste bedrag vergoeden. In dit geval oefent DVV geen verhaalrecht uit.

Bron: DVV - 05-10-2006 Copyright © Tijdnet

Burgerlijke aanprakelijkheid + rechtsbijstand :

Rond 'de familiale verzekering' bestaat een groot misverstand. Velen denken dat een 'familiale' hun woning of lichamelijke ongevallen verzekert. Niets is minder waar. De familiale verzekering verzekert in eerste instantie de schade die u aan iemand anders toebrengt. Bevat de familiale verzekering ook de waarborg rechtsbijstand, dan verdedigt ze uw belangen als anderen u schade toebrengen of als u zich dient te verweren tegen de aantijgingen van anderen. Het principe is eenvoudig.

U veroorzaakt schade
Veroorzaakt u of iemand van uw gezin als privé-persoon per ongeluk schade aan anderen, dan beschermt uw familiale verzekering u en uw gezinsleden tegen de financiële gevolgen ervan. Uw vijfjarig zoontje is bijvoorbeeld aan het fietsen, maar hij is nog niet zeer behendig en verliest zijn evenwicht. Hij valt met zijn fiets tegen een geparkeerde auto en beschadigt daardoor de hele linkerkant van de auto. U bent met andere woorden burgerlijk aansprakelijk. Als u burgerlijk aansprakelijk wordt gesteld, vergoedt uw familiale verzekering dus de slachtoffers in uw plaats. De familiale vergoedt indien nodig ook de lichamelijke letsels van de slachtoffers. Vandaar het misverstand dat de familiale ook lichamelijke ongevallen verzekert.

Ook als u een karweitje aan uw woning of in de tuin opknapt en bijvoorbeeld een gat in de muur van uw buur boort, bent u verzekerd door uw familiale verzekering. Schade veroorzaakt door uw huisdieren en schade die uw buur ondervindt door werken aan uw woning zijn verzekerd. Vandaar het misverstand dat de familiale ook uw woning verzekert.

U ondervindt schade
Als anderen u schade berokkenen, zorgt uw verzekeringsmaatschappij via de waarborg rechtsbijstand van uw familiale verzekering ervoor dat u schadevergoeding krijgt, desnoods voor de rechtbank. In dat geval zorgt de familiale verzekering ervoor dat de schade u wordt vergoed.

Stel dat de dakgoot van uw buurman verstopt is en na een hevige regenbui veroorzaakt dat waterschade in de kamer van uw kinderen. U krijgt een schadevergoeding. Hoewel u de schade in uw woning hebt vastgesteld, krijgt u geen schadevergoeding via de brandverzekering van uw buur maar via zijn familiale verzekering. Dat komt doordat - bij verzekeringen die hetzelfde risico dekken - de meest specifieke verzekering de schade vergoedt. De familiale is een aansprakelijkheidsverzekering en is bij schade door aansprakelijkheid specifieker dan de brandverzekering die een zaakschadeverzekering is. Vandaar het misverstand dat de familiale uw woning ook tegen brand zou verzekeren. De familiale verzekert namelijk enkel schade die u toebrengt aan anderen, of ze eist de vergoeding van de door u geleden schade terug. Ze vergoedt echter nooit uw eigen schade.

U wordt voor de rechtbank gedaagd
Ook als u zelf een fout begaat en voor de rechtbank wordt gedaagd, neemt uw verzekeraar het voor u op. Op basis van de waarborg rechtsbijstand kunt u een beroep doen op een advocaat om uw rechten te verdedigen. Uw familiale verzekering betaalt u alle advocatenkosten terug.

Bron: Goed Verzekerd? De praktische gids voor een optimale verzekering

Terug naar vragenlijst

RSVZ 1 - Na mijn scheiding zijn de kinderen en ik in Frankrijk gaan wonen. Mijn echtgenoot betaalt geen bijdragen als zelfstandige meer in België; ikzelf werk niet. Resultaat: ik ontvang geen enkele kinderbijslag meer. Kan men in zo’n situatie geen gezinsbijslag storten vanuit België?
Volgens het recht van de Europese unie heeft een loontrekkende of een zelfstandige die aan de wetgeving van een bepaalde Lidstaat onderworpen is, voor de leden van zijn familie die op het territorium van een andere lidstaat wonen, recht op gezinsbijslag geregeld door deze eerste Lidstaat, alsof ze op het territorium ervan zouden wonen.

De betaling van gezinsbijslag in Frankrijk is enkel mogelijk indien de uitkeringen betaalbaar zijn in België.

De reglementering inzake de gezinsbijslag voor de zelfstandigen bepaalt dat de betaling van de kinderbijslag van een bepaalde maand wordt opgeschort tot op het ogenblik dat de rechthebbende zijn verplichtingen voldoet voor het 2de en het 3de kwartaal die voorafgaan aan dat waarop de kinderbijslag betrekking heeft.

Toch kan de minister van Middenstand in behartenswaardige gevallen en voor een welbepaalde duur een afwijking toestaan voor de van tafel en bed gescheiden of gescheiden bijslagtrekkende.
De minister heeft die bevoegdheid gedelegeerd aan de directeur-generaal van het Bestuur van de sociale zekerheid der zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid.
U kunt uw vraag tot afwijking richten aan:

FOD Sociale Zekerheid
Directie-generaal Zelfstandigen
Eurostation II, 5de verdieping
Victor Hortaplein 40, bus 20
1060 Brussel

http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/faq/familyallowance.htm

Terug naar vragenlijst
RSVZ 2 - Mijn echtgenote en ik waren beiden zelfstandige in België. Samen hebben we drie kinderen. We gaan feitelijk scheiden. Mijn echtgenote wordt bediende in Nederland en gaat met de kinderen op een apart adres in België wonen. Ik blijf zelfstandige in België.
Welke gevolgen heeft dit voor de kinderbijslag?
De lidstaat waar de kinderen verblijven, België, betaalt bij voorrang de kinderbijslag uit. Dit is het gevolg van de zelfstandige beroepsactiviteit van de vader. Het bedrag blijft ongewijzigd zolang de kinderen samen blijven in hetzelfde gezin. De kinderbijslag wordt uitbetaald aan de moeder.

Een aanvulling in de andere lidstaat is eventueel mogelijk als gevolg van de arbeid van de moeder in Nederland. Die aanvulling kan alleen maar als de kinderbijslag in Nederland hoger is. Om na te gaan of er aanvullende Nederlandse kinderbijslag kan toegekend worden, moet u een aanvraag indienen bij de bevoegde socialeverzekeringsbank. Dit is de tegenhanger van het Belgische kinderbijslagfonds en socialeverzekeringsfonds. Bij uw aanvraag voegt u een overzicht van de kinderbijslag per maand en per kind (volgens rang). Dit overzicht wordt verstrekt door het Belgisch socialeverzekeringsfonds.

 http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/faq/familyallowance.htm

Terug naar vragenlijst
Ziekenfonds: Wat te doen bij echtscheiding? (Bron CM)

Wat te doen bij echtscheiding?

Omdat ze gevolgen kunnen hebben op de hoedanigheid van betrokkenen, moeten een feitelijke en wettelijke scheiding zo snel mogelijk aan het ziekenfonds worden gemeld.

Feitelijke scheiding
Als een van de echtgenoten ingeschreven staat als persoon ten laste, kan deze ten laste blijven als feitelijk gescheiden echtgeno(o)t(e) op voorwaarde dat hij/zij:

-instaat voor het onderhoud van een kind dat wordt beschouwd als persoon ten laste;
-alimentatiegeld ontvangt (hetzij bij rechterlijke beslissing, notariële akte of onderhandse akte neergelegd bij de griffie van de rechtbank);
-sommen kan innen die verschuldigd zijn aan zijn/haar echtgeno(o)t(e);
-een deel van het pensioen ontvangt dat toegekend is aan zijn/haar echtgeno(o)t(e).

Wettelijke scheiding
Indien een van de partners ingeschreven staat als persoon ten laste, kan deze niet meer ten laste blijven van de ex-echtgeno(o)t(e). Het ziekenfonds zal onderzoeken hoe hij/zij het best kan worden ingeschreven.

Inschrijving kinderen
In principe worden kinderen steeds ingeschreven bij de ouder die de meeste rechten heeft. Bij gelijke rechten gebeurt dit bij de oudste gerechtigde.

Ook bij een scheiding blijft dit zo, behalve indien dit door de andere ouder wordt betwist. In dit geval is het ‘instaan voor het onderhoud van het kind’ de bepalende factor. Hierbij worden volgende criteria gehanteerd:

samenwonen met het kind;
-kinderbijslag ontvangen voor het kind;
-het kind toegewezen krijgen door een vonnis, een notariële akte of bij gemeenschappelijk akkoord neergelegd bij de griffie van de rechtbank.

Bij co-ouderschap gelden volgende regels:

-als de ouders onder een verschillend verzekeringsstelsel vallen (bv. werknemer en zelfstandige), komt het kind ten laste van de ouder die recht heeft op alle risico’s;
-bij gelijke rechten wordt nagegaan wie voor het onderhoud van het kind instaat.

http://www.cm.be/nl/100/wattedoenbij/gezinswijziging/echtscheiding.jsp 

Terug naar vragenlijst

De arts en de kinderen van gescheiden ouders

Deontologische verplichtingen van de arts m.b.t. kinderen van niet meer samenwonende ouders

Inleiding

De geneesheren worden in toenemende mate geconfronteerd met kinderen waarvan de ouders niet meer samenwonen.

Zolang de ouders, niettegenstaande het verbreken van hun echtelijke relatie, nog tot dialoog en overleg komen betreffende de opvoeding en de gezondheid van hun kinderen, stellen zich voor de medicus zelden specifieke deontologische problemen.

Problemen ontstaan pas wanneer elk overleg tussen de ouders onmogelijk of moeilijk is geworden en de situatie van de medicus wordt vooral moeilijk wanneer op hem een beroep wordt gedaan om de naleving van een vonnis te beletten of een wijziging van het hoede- en bezoekrecht te bekomen.
 

Algemeen principe

De taak van de medicus beperkt zich tot het medicus zijn; hij is geen rechter, geen advocaat, geen gerechtsdeurwaarder en zeker geen kroongetuige. Hij zal zich, zoals bepaald in artikel 31 van de Code van geneeskundige Plichtenleer, "onthouden van elke inmenging in familiale aangelegenheden, behalve in gevallen met een duidelijke therapeutische inslag". De gezondheid van het kind is de voornaamste zorg van de arts die in functie daarvan moet handelen. Enkel wanneer het voor de zorgverlening essentieel is of wanneer de klachten van het kind op een relationele problematiek wijzen, zal de geneesheer zich met de familiale situatie van het kind inlaten. Hij begaat een ernstige deontologische fout wanneer hij dat op een lichtvaardige of ondoordachte manier doet.


Implicaties van de juridische status van het kind

Van de geneesheer kan niet worden verwacht dat hij, alvorens hulp te verlenen, naar de familiale situatie en de juridische status van een kind informeert; het is inderdaad normaal dat hij ervan uitgaat dat de ouder die voor zijn kind om raad en hulp vraagt, over dat kind het volledig ouderlijk gezag uitoefent.

Wanneer de arts evenwel op de hoogte is van het feit dat de ouders van het kind niet meer samenleven, moet hij wél met de juridische consequenties daarvan rekening houden. Om moeilijkheden te voorkomen zal hij, in dergelijke gevallen, voor elk onderzoek en elke behandeling van enige betekenis, de toelating vragen van de ouder die het hoederecht heeft en geen genoegen nemen met het akkoord van de ouder die enkel bezoekrecht heeft. Urgenties vormen hierop natuurlijk on uitzondering.

Bij het verstrekken van informatie over de toestand van het kind aan de ouder die alleen het bezoekrecht heeft, zal de arts, wanneer hij de aard van de relatie tussen de ouders onderling en die tussen de ouder met bezoekrecht en het kind niet kent, zeer behoedzaam te werk gaan.


De arts en relationele problemen bij het kind

De Nationale Raad acht het belangrijk dat ook kinderen van niet meer samenlevende ouders een vaste huisarts hebben die kan instaan voor de continuïteit van de medische begeleiding, die het medisch dossier kan opvolgen en de nodige informatie kan doorgeven wanneer specialisten worden geconsulteerd.

Bij gescheiden wonende ouders komt de keuze van de huisarts toe aan de ouder met hoederecht. Bij klachten van het kind die op relationele spanningen wijzen, stelt zich voor de huisarts een specifiek probleem ten gevolge van het feit dat de ouders van het kind niet meer samenwonen. Van de huisarts wordt in dat geval verwacht dat hij nagaat of hij door beide ouders als voldoende neutraal en objectief kan worden beschouwd om m.b.t. de relationele problematiek op te treden. Is dat niet het geval, dan moet hij het kind, voor nader onderzoek en behandeling, doorverwijzen naar een ter zake bevoegde geneesheer die bij geen van beide ouders - al bij voorbaat - weerstanden oproept.

Wanneer de geneesheer, na herhaalde gesprekken met het kind en de ouders, van mening is dat in het kader van de behandeling, een tijdelijke wijziging van het hoede- en omgangsrecht noodzakelijk is, zal hij dit met al de betrokkenen bespreken en pogen in der minne tot een oplossing te komen. Daarbij moet hij alle nodige garanties biedan opdat het aanvaarden van zijn voorstel achteraf door geen der partijen wordt misbruikt.

Slaagt de geneesheer binnen een redelijke termijn niet in zijn bemiddeling, dan geeft hij beide ouders de raad zich tot de jeugdrechter te wenden. Wanneer hem naderhand door één van de ouders om een verklaring wordt verzocht, mag hij alleen een brief schrijven voor de jeugdrechter waarin hij mededeelt het kind herhaaldelijk te hebben onderzocht en de ouders menigmaal te hebben gesproken.

Op grond van zijn vaststellingen, mag hij aan de jeugdrechter voorstellen een deskundige aan te stellen m.b.t. de regeling van het hoede- en omgangsrecht. De brief aan de jeugdrechter mag geen enkele persoonlijke appreciatie van de geneesheer, noch medische gegevens, noch voorstellen tot wijziging van de bestaande regeling bevatten. Aan de jeugdrechters wordt gevraagd geen rekening te houden met brieven die deze deontologische regel niet respecteren.

Wanneer hij er niet in slaagt de ouder met bezoekrecht in de behandeling te betrekken, dient de huisarts het kind door te verwijzen naar een ter zake bevoegd geneesheer. Indien deze er evenmin in lukt de betrokken ouder tot medewerking te bewegen, zal hij hiervan in zijn schrijven aan de jeugdrechter geen melding maken.

Nadat de arts de hoger vermelde brief heeft geschreven, is zijn opdracht ten einde. Hetzelfde geldt voor de geneesheer-specialist die evenwel de huisarts van zijn besluiten moet in kennis stellen.


Medische getuigschriften

De Nationale Raad stelt vast dat frequent op geneesheren een beroep wordt gedaan om door getuigschriften, attesten of allerhande verslagen, de uitvoering van een vonnis te beletten of een wijzjging van het hoede- en omgangsrecht te bekomen. De Nationale Raad is van mening dat geneesheren enkel vanuit een strikt medisch oogpunt mogen handelen. Wanneer het kind ziek is en de geneesheer een behandeling voorschrijft, gaat hij ervan uit dat de ouders mekaar daarvan in kennis stellen.

Voor wat de naleving van de hoede- en bezoekregeling betreft, moet de arts, bij het beoordelen van de verplaatsingsmogelijkheden van het kind, heel omzichtig te werk gaan en abstractie maken van de specifieke familiale situatie. Wordt in dat verband beweerd dat elke communicatie tussen de ouders onmogelijk is, kan de geneesheer, op verzoek van de ene ouder, de andere telefonisch of bij middel van een aan hem geadresseerde en gesloten brief, van zijn bevindingen en advies in kennis stellen.

In deze brief vermeldt hij ook het telefoonnummer waarop hij voor eventuele nadere informatie kan worden bereikt. In geen geval mag door de geneesheer aan een van beide partijen een medisch attest worden afgeleverd.

Voor wat de wijziging van de hoede- en bezoekregeling betreft, is het geneesheren nooit toegelaten aan één van beide ouders attesten, getuigschriften of verslagen af te leveren. Enkel wanneer aan de in het vorige hoofdstuk opgesomde voorwaarden wordt voldaan, mag door de geneesheer aan de jeugdrechter een brief worden geschreven die evenwel niet meer elementen mag bevatten dan hoger bepaald.

De provinciale raden worden verzocht ten strengste op de naleving van dit advies toe te zien.


EXPERTISE

Een geneesheer kan enkel door de rechtbank als expert worden aangesteld. In alle andere gevallen is het gebruik van deze titel misleidend en derhalve niet toegelaten. In principe, hoort de expert in het kader van zijn opdracht beide ouders en brengt hen op de hoogte van de exacte draagwijdte ervan. Zijn rapport moet objectief zijn. De expert moet zich houden aan de voorschriften van de Code van geneeskundige Plichtenleer.

De behandelend geneesheer wordt ontraden om aan een niet-medicus die door de rechtbank met een opdracht is belast, enige informatie te verstrekken. Voorts is het hem verboden in deze materie schriftelijke verklaringen af te leveren. Alleen objectieve medische gegevens mogen, met het akkoord van de betrokkenen, aan de expert ter inzage worden overgemaakt. De verhouding tussen de behandelend geneesheer en de expert wordt geregeld bij artikel 62 van de Code van geneeskundige Plichtenleer (1)

.

KINDERMISHANDELING

De Nationale Raad stelt vast dat bij conflicten tussen de ouders aangaande het hoede- en omgangsrecht, regelmatig sprake is van kindermishandeling. Indien de behandelend geneesheer ernstige vermoedens heeft dat het kind het slachtoffer is van kindermishandeling, moet hij alles in het werk stellen om voor dat probleem zo vlug mogelijk een adequate oplossing te vinden. Het geredetwist tussen de ouders is in dergelijke gevallen van ondergeschikt belang vermits alle aandacht in de eerste plaats naar de bescherming van het kind moet gaan. De arts begaat een ernstige deontologische fout wanneer hij door zijn houding een voor de gezondheid van het kind schadelijke toestand laat bestaan. Hij kan te allen tijde zijn vermoedens mededelen aan een "vertrouwensarts" of aan een arts verbonden aan een centrum voor hulpverlening bij kindermishandeling.

De Nationale Raad is er zich van bewust dat er zich in de praktijk gevallen kunnen voordoen waarin de toepassing van de hierboven gestelde richtlijnen niet tot een billijke oplossing zullen leiden en waar de arts in geweten zal menen een andere houding te moeten aannemen. In dergelijke gevallen moet hij het advies inwinnen van zijn provinciale raad of, bij hoogdringendheid, de mening vragen van collegae die in het vak van de medische deontologie ervaring hebben.

1. Art. 62 Binnen de perken van volstrekte noodzaak, mag een diagnose of een inlichting van geneeskundige aard worden medegedeeld:

(...)

b. aan de geneesheer met een gerechtelijk-geneeskundig onderzoek belast, voor zover de inlichtingen beperkt blijven tot de objectieve mediche gegevens die rechtstreeks verband houden met het doel van het onderzoek en de patiënt daarmee instemt

 

Bron: Orde der Geneesheren - België Tijdschrift : 41-- p 12

Terug naar vragenlijst
SIS-kaarten. — Uitreiking van een tweede exemplaar aan kinderen bij echtscheiding.
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid - Vraag nr. 3-2126 van de heer Vankrunkelsven d.d. 21 januari 2005 (N.) :
 
SIS-kaarten. — Uitreiking van een tweede exemplaar aan kinderen bij echtscheiding.
Gescheiden ouders blijken vaak niet meer in het bezit te zijn van de SIS-kaart van hun kind. Bij moeilijke scheidingen weigert één van de ouders soms ook om de SIS-kaart door te geven. Dit kan aanleiding geven tot problemen in ziekenhuizen, apotheken, ziekenfondsen, enz.

Daarom zou ik graag een antwoord krijgen op de volgende vragen :

1. Kan bij scheiding een tweede SIS-kaart voor kinderen worden uitgereikt ?

2. Indien deze mogelijkheid reeds bestaat, welke procedure moet dan gevolgd worden ?

3. Indien ze nog niet bestaat, kan er een initiatief tot invoering worden genomen ?

Antwoord : 1. De sociale identiteitskaart reikt de sociaal verzekerde een elektronische drager aan waarop zijn uniek identificatienummer wordt vermeld. Het is derhalve een persoonlijk document waarvan geen duplicaten, behalve in geval van verlies, kunnen afgeleverd worden.

De sociaal verzekerde moet de kaart gebruiken wanneer hij in contact komt met instellingen van sociale zekerheid en met de personen die sociale persoonsgegevens van deze laatste moeten doorgeven. Dankzij de sociale identiteitskaart worden de sociaal verzekerden binnen het systeem van de sociale zekerheid beter geïdentificeerd.

2. De reglementering inzake de sociale identiteitskaart voorziet in de mogelijkheid tot het toekennen van een attest van sociaal verzekerde dat dezelfde gegevens bevat als de gegevens vermeld op de sociale identiteitskaart. Een dergelijk attest zou in bepaalde behartenswaardige gevallen, voor een periode van zes maanden kunnen worden uitgereikt. De Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering heeft reeds in een omzendbrief V.I. nr. 2000/417 van 1 december 2000, gesteld dat de uitreiking van een attest van sociaal verzekerde een tijdelijke oplossing kan zijn wanneer een koppel scheidt en de ouders het tijdens de beginperiode niet eens zijn over de noodzaak om de sociale identiteitskaart van hun kind(eren) aan elkaar door te geven.

Om bovenvermeld attest te kunnen krijgen, moet de geïnteresseerde bij zijn ziekenfonds een verklaring indienen, waarvan het model als bijlage is bijgevoegd bij voornoemde omzendbrief V.I. Bij dit document, dat de identiteit, functie en hoofdverblijfplaats vermeldt van de persoon die het attest vraagt, moeten de bewijsstukken worden bijgevoegd die de juridische situatie aantonen in het kader van welke het attest van sociaal verzekerde wordt gegeven, zoals daar zijn de samenstelling van het gezin stellend dat de ouders niet samenleven, een gerechtelijke beslissing betreffende de plaatsing of hoede van een kind, enzovoorts.

Verder zal het attest van de sociaal verzekerde kunnen verlengd worden voor een periode overeenkomstig de geldigheidsduur van het originele attest.

Verder is het zo dat, wanneer een sociaal verzekerde zijn sociale identiteitskaart niet kan voorleggen, er toch een genot kan zijn van de derdebetalersregeling (bijvoorbeeld, bij de apotheker), wanneer de zorgverstrekker over de nodige informatie van en over de sociale identiteitskaart beschikt, die hij reeds opgeslagen heeft bij een vorig bezoek van de sociaal verzekerde. De derdebetalersregeling zal in een dergelijk geval van toepassing zijn indien men zich in hetzelfde kalenderkwartaal als dat van de laatste lezing van de sociale identiteitskaart bevindt
Terug naar vragenlijst
Wat behelst een akte regeling-overeenkomst voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming ?
Antwoord:
Deze akte omvat :

het akkoord dat de echtgenoten hebben gesloten over de verdeling van hun goederen. Zij zijn hierin volkomen vrij en moeten geen rekening houden met de bepalingen van hun huwelijkscontract. Naast de concrete verdeling van al hun bezittingen, o.a. meubelen, huisraad en gelden, bevat het akkoord ook een regeling over de bijdrage in de bestaande en toekomstige schulden (nog te verwachten belastingen!).

de overeenkomst over volgende punten opgesomd in de wet :

- afzonderlijke verblijfplaats van de echtgenoten tijdens de proefperiode;

- het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de minderjarige ongehuwde en niet-ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, van de kinderen die ze hebben geadopteerd alsook van de kinderen van één van hen die de andere heeft geadopteerd;

- het recht op persoonlijk contact met voornoemde kinderen;

- de bijdrage van elk van de echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen;

- het bedrag van de eventuele uitkering tot onderhoud te betalen door de ene echtgenoot aan de andere;

- de regeling van het erfrecht tussen echtgenoten in geval van overlijden tijdens de procedure.

Deze overeenkomst kan in principe niet gewijzigd worden tijdens de procedure. Het is slechts mogelijk wanneer de belangen van de kinderen dit vereisen.

© 2006 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be

Terug naar vragenlijst
Hoe bewijzen echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren?
Goederen waarvan de echtgenoot/echtgenote niet kan bewijzen dat ze van hem/haar zijn, geacht worden tot de huwelijksgemeenschap te behoren. Wenst men iets voor zichzelf te houden, dan moet men kunnen bewijzen dat het een eigen goed is.
Het bewijs dat iets van de ene dan wel de andere echtgenoot is, zal vooral van belang zijn bij echtscheiding omdat dan de gemeenschappelijke goederen worden verdeeld. Goederen die eigendom zijn van één van de echtgenoten worden niet verdeeld. Elke echtgenoot behoudt dus zijn eigen goederen.

Ook als schuldeisers van één van de echtgenoten beslag komen leggen, is het zeer belangrijk dat elke echtgenoot kan aantonen welke goederen van de ene of andere partner zijn.

Ten slotte is dit ook van belang bij het overlijden van één van de partners. De eigen goederen van de overleden echtgenoot komen toe aan zijn of haar erfgenamen. De gemeenschappelijke goederen moeten in principe in gelijke helften verdeeld worden tussen de erfgenamen van de eerstoverledene en die van de langstlevende echtgenoot.

BEWIJSREGELS
Het is daarom niet zonder belang dat men kan bewijzen dat goederen persoonlijke eigendom zijn. De bewijsregels bepalen hoe de echtgenoten kunnen aantonen welke goederen van elk van hen zijn en welke hen beiden toebehoren.

OPSOMMING IN HET HUWELIJKSCONTRACT
In het huwelijkscontract kan opgesomd worden welke goederen elk van de partners bezit op het ogenblik van het aangaan van het huwelijk.
Het huwelijkscontract zelf vormt dan het bewijs. Het huwelijkscontract kan nooit verloren gaan; het origineel exemplaar wordt door uw notaris bewaard en daarvan kan altijd een afschrift verkregen worden.

Alle meubelen worden geacht gemeenschappelijk bezit te zijn, ook die meubelen waarvan men een factuur heeft op naam van één van de echtgenoten.

Bij echtelijke conflicten komt het meermaals voor dat men met behulp van een factuur wil aantonen dat men bepaalde goederen in uitsluitende eigendom heeft.

Indien deze factuur dateert van tijdens het huwelijk, zal deze geenszins het bewijs vormen dat het goed eigendom is van de persoon op wiens naam de factuur staat. Men gaat er immers vanuit dat de factuur betaald werd met inkomsten. Inkomsten zijn gemeenschappelijke gelden in het WETTELIJK STELSEL. Goederen die men met gemeenschappelijke gelden heeft aangekocht behoren tot het gemeenschappelijk vermogen.

Heeft men echter eigen geld, bijvoorbeeld van een erfenis, dan kan dat geërfd geld besteed zijn, wederbelegd zijn in bijvoorbeeld een schilderij.
In dat geval en in de veronderstelling dat kan aangetoond worden dat bedoeld schilderij gekocht werd met die eigen - geërfde - gelden zal het schilderij een eigen goed zijn van die echtgenoot. Het is in wederbelegging van eigen geld gekocht.

Wenst men een grond, een huis of een ander onroerend goed in wederbelegging als eigen goed aan te kopen, dan is het absoluut noodzakelijk dat dit in de notariële aankoopakte vermeld wordt. Zoniet dan kan dat onroerend goed niet als een eigen goed beschouwd worden. Breng uw notaris tijdig op de hoogte van uw bedoeling.

Is het geld op mijn bankrekening niet mijn eigen geld?

Indien u zonder huwelijkscontract gehuwd bent, wordt dit geld inderdaad vermoed te zijn van u en van uw echtgenoot of echtgenote. Wat eerder gezegd werd over de facturen op naam van één van de echtgenoten, moet eveneens toegepast worden op de bank- en spaarrekeningen die op naam van één van beiden staan. Op de rekeningen van de echtgenoten zullen naar alle waarschijnlijkheid voor het overgrote deel de inkomsten van de echtgenoten gestort worden.

Ongeacht of op de rekening van de ene echtgenoot zijn of haar loon gestort wordt en op de rekening van de andere partner diens loon, toch zullen de gelden op die beide afzonderlijke rekeningen gemeenschappelijk zijn. Bij echtscheiding en bij overlijden zullen beide rekeningen bij helften verdeeld moeten worden tenzij men kan bewijzen dat het eigen gelden zijn bv. uit een erfenis. Het spreekt vanzelf dat ook de rekening op naam van beide echtgenoten aan dat regime onderworpen is.

© 2006 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be

Terug naar vragenlijst