VERBLIJFSREGELING
Gezag- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk  Nieuwe Brochure CABB (Centrum voor Advies, Bemiddeling en Begeleiding - Hasselt)
Gedeeld ouderschap is niet de norm  (Weliswaar nr.74 Feb-Maart 2007 Welzijnsmagazine Departement Welzijn
De nieuwe wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting (18 juli 2006)
De Krantenartikels
Co-ouderschap in nieuwe wet gegoten  (Het Nieuwsblad 06-09-2006)
Minder weekendpapa's (Het Nieuwsblad 06-09-2006)
Rechter moet kiezen voor co-ouderschap bij echtscheidingen (Het Belang van Limburg 05-09-2006)
Kritiek op het co-ouderschap (Vrtnieuws.net)
Co-ouderschap (Het Belang van Limburg 05-09-2006)
Co-ouderschap beter voor kind dan verwacht (Het Belang van Limburg 11-03-2000)

Reacties op de nieuwe wet


 

Gezag- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk  Nieuwe Brochure CABB (Centrum voor Advies, Bemiddeling en Begeleiding - Hasselt)

Gezag- en verblijfsco-ouderschap in de praktijk
 

De laatste jaren is co-ouderschap een veel besproken onderwerp in tv-programma’s en kranten. Maar het begrip is niet altijd even duidelijk. De nieuwe wet, over het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvestiging van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging betreffende huisvestiging van het kind, heeft de situatie er zeker niet duidelijker op gemaakt.


Het merendeel van de bevolking heeft echter een verkeerd beeld over co-ouderschap. Ze associëren het meestal met de tweeverblijfsregeling, waarbij de kinderen na de echtscheiding afwisselend gedurende een gelijke periode bij elk van de ouders verblijven. Ten onrechte; co-ouderschap is altijd een overkoepelend begrip geweest voor een waaier van regelingen, die erg kunnen verschillen. Vaak is er ook onvoldoende kennis over de verschillende vormen van co-ouderschap.

 

Eerst en vooral willen wij u dan ook beter kennis laten maken met co-ouderschap. Daarnaast wil deze brochure een duidelijk beeld geven over de verschillende vormen van co-ouderschap. Tevens geeft deze brochure antwoord op in de praktijk vaak voorkomende problemen.
 

Wanneer u voor co-ouderschap kiest moet u er echter eerst van bewust zijn dat er tussen u en de andere ouder nog een degelijke vorm van communicatie mogelijk is. Aangezien er vaak overleg tussen beide ouders dient te zijn. Co-ouderschap is dus niet mogelijk zonder een goede communicatie tussen beide ouders.

 

Hebt u echter na het lezen van deze brochure nog vragen, dan ken u altijd terecht op het CABB.

CABB (Centrum voor Advies, Bemiddeling en Begeleiding)
Maastrichterstraat 19/1  3500 Hasselt
TEL 011-22.98.04
Open: Ma - Di - Do- en Vrijdag van 10u30 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur

WEBSITE:
 Nieuw  http://echtscheidingsbemiddeling.wordpress.com
Mail: CABB@pandora.be

Naar boven

Gedeeld ouderschap is niet de norm  (Weliswaar nr.74 Feb-Maart 2007 Welzijnsmagazine Departement Welzijn

Gedeeld ouderschap is niet de norm

 

Bij het uitspreken van een echtscheiding moet de rechter voortaan rekening houden met de wens van de ouders naar gedeeld ouderschap. Tot  voor kort konden rechters autonoom over het lot van de kinderen oordelen ook al waren de ouders het onderling eens over een regeling. ‘De nieuwe wet rond gedeeld ouderschap vertoont nog heel wat technische mankementen klonk het op een studienamiddag in Hasselt.

 

In oktober 2006 pleegt een vader uit Koksijde zelfmoord nadat hij zijn drie kinderen had gedood. De oorzaak was — alweer - een vechtscheiding. Problemen met het omgangsrecht vormen vaak een aanleiding tot intrafamiliaal geweld. Niet zelden wordt het omgangsrecht respecten straffeloos met de voeten getreden. De Werkgroep Omgangsrecht van de Limburgse Denktank intrafamiliaal Geweld organiseerde begin november rond dit thema de studienamiddag ~Het Belang van het Kind~ . Meteen is het de eerste keer dat afgevaardigden van de zetelende magi stratuur (vrederechter, Rechtbank van eerste Aanleg, Hof van Beroep), parketmagistraten, de politie en hulpverlening rond de tafel zitten. ~We willen de risicofactoren en oorzaken gerelateerd aan de toepassing en de invulling van het omgangsrecht in kaart te brengen,” zegt vrederechter Walter Niewold, co-voorzitter van de groep. “Verder willen we sectoroverschrijdende en op elkaar afgestemde verbeteracties ontwikkelen. Het gaat om concrete punten. Hoe kan bemiddeling gepromoot worden? Op welke manier kan de rechter beter geïnformeerd worden? Hoe formuleren we gerechtelijke uitspraken rond echtscheiding zodat dubbelzinnige interpretaties onmogelijk zijn? En hoe kunnen de verschillende actoren elkaar ondersteunen?”

 

Een kortere rechtsgang

Het centrale thema van de studienamiddag was de gedwongen uitvoering van het omgangsrecht die is opgenomen in de nieuwe federale wet van 18 juli 2006 rond gedeeld ouderschap. “De wet is deels een intentieverklaring,” zegt Walter Niewold. “Een signaal dat de opvoeding van de kinderen na de echtscheiding de verantwoordelijkheid blijft van beide voormalige partners.” Tenzij het belang van het kind in gevaar komt, bepaalt de nieuwe wet dat de rechter het kind afwisselend bij de twee scheidende ouders moet laten verblijven, als beide ouders het hierover eens zijn. Wanneer één van de twee ouders het co-verblijfsrecht voorstelt, moet de rechter die vraag onderzoeken. Beslist hij iets anders, dan moet hij dit uitgebreid motiveren. Walter Niewold: “Vernieuwend en positief is dat de zaak op eenvoudig verzoek kan worden herbekeken door dezelfde rechter wanneer één van de ouders de verblijfsregeling niet respecteert. De gerechtelijke procedure moet niet opnieuw worden gestart. De rechter kan bijsturen of een verzoeningspoging ondernemen.” De wet voorziet ook heel wat maatregelen die de rechters kunnen nemen als een ouder de regeling niet naleeft. “De rechter kan bijvoorbeeld de regeling aanpassen of omkeren, een dwangsom opleggen of dwangmaatregelen toestaan om de regeling te doen naleven,” zegt vrederechter Niewold. “Gedwongen uitvoering is natuurlijk nooit een positieve zaak. Integendeel, er moet vooral gewerkt worden aan een positieve houding van de ouders tegenover elkaar. Ze blijven ouders van hun kinderen. Kinderen lijden erg onder vechtscheidingen. Dwangmaatregelen staan lijnrecht tegenover eer’ meer positieve aanpak.”

 

Geen weekendpapa’s meer

In 2005 waren er in België 30.844 echtscheidingen. Bijna een kwart van de minderjarigen groeit op in een gescheiden gezin. Bij een echtscheiding kreeg totnogtoe meestal één van de ouders de kinderen toegewezen. De andere ouder kreeg dan omgangsrecht, meestal tijdens de weekends. In bijna 85% van de gevallen blijft het kind bij de moeder. De nieuwe wet betekent mogelijk het nakende einde van het fenomeen van de weekendpapa’s. Een nadeel, zo stelde kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove in de media, is dat scheidende ouders misschien denken dat verblijfsco-ouderschap de norm is. Die veronderstelling zou veel mensen ten onrechte dwingen om voor een gedeelde huisvesting te kiezen. Vandekerckhove wees erop dat volgens wetenschappelijk onderzoek de regeling waarmee beide ouders akkoord gaan, de beste regeling voor het kind is. En dat is niet altijd verblijfsco-ouderschap. Ook in Hasselt, op de studienamiddag ‘Het Belang van het Kind’ werden er, door alle betrokken sectoren, kritische kanttekeningen gemaakt bij de nieuwe regeling. Als een van de ouders de regeling niet naleeft, kan de rechter voortaan de deurwaarder laten vergezellen door een hulpverlener van een centrum voor algemeen welzijnswerk. Het feit dat de wetgever fysieke dwang niet uitsluit, zorgt voor nogal wat bedenkingen. “De maatregel is vooral bedoeld als ‘sfeermatige oproep’ om tegenwerkende vaders en moeders af te schrikken. Maar toch zal de gedwongen uitvoering van het omgangsrecht toegepast worden,” zegt Martine Appeltans van CAW Sonar, teamverantwoordelijke van de bezoekruimte Hasselt. “En dat gaat in tegen de essentie van hulpverlening. Wij werken als CAW op vrijwillige basis. We hebben hier geen mandaat voor, zijn hier niet klaar voor. Dit is een enorm ingrijpende maatregel in het leven van een kind. Volgens mij brengt het ook een hiaat in de wetgeving aan het licht. De wet verduidelijkt immers niet welke hulpverlening moet ingeschakeld worden.” Als de centra voor algemeen welzijnswerk weigeren om de deurwaarder te begeleiden, rest de rechter enkel de optie om zelfstandige hulpverleners in te schakelen. Appeltans:

“En die zullen betaald moeten worden, wat extra kosten voor de ouders betekent.”

 

Nieuwe wet roept vragen op

 

Geprofessionaliseerde echtscheidingen

Welke vorm van hulpverlening heeft de politiek op het oog? Guy Swennen, federaal volksvertegenwoordiger voor de SP.a en voorzitter van de sub-commissie familierecht: “Wij schenken ons vertrouwen aan de rechter om de keuze te maken die hem het beste lijkt. Eet zou goed zijn mocht de vrederechter een beroep kunnen doen op de medewerkers van de justitiehuizen, maar de wetgeving laat dit niet toe. Daarom zal hij een beroep moeten doen op een deskundige.” Kinderpsychiater Jan De Corte stelt dat je in bepaalde echtscheidingssituaties onmachtig bent. Begeleiding is primordiaal. “Deze wet maakt van het kind het slachtoffer van de fouten die de ouders maken. Je zult als kind maar verplicht weggehaald worden bij één van de ouders. Een gedwongen uitvoering van het omgangsrecht en het wegnemen van het kind is af te raden. Beter is het om de ouders te verplichten tot begeleiding en bemiddeling. Ex-partners moeten beter leren omgaan met elkaar. Een ander euvel is dat deze wet een te groot deel van de verantwoordelijkheid bij de magistratuur legt. De afwikkeling van een echtscheiding moet meer geprofessionaliseerd worden. Dat betekent onder andere een grotere inbreng van een therapeut. Ik pleit ook voor meer contact tussen vrederechter en ouders, minder tussen de rechter en de advocaten.” Wat als een ouder ondanks alle inspanningen toch het omgangsrecht aan de laars lapt? Volgens Martine Appeltans moet het mogelijk zijn om bij de onwil van een ouder de rollen om te draaien. “Zoals wijlen Richard Gardner, psycholoog aan de Columbia University, dat heeft voorgesteld. Draai in extreme gevallen het bezoekrecht om. Dat is inderdaad een drastische stap, maar het kan een oplossing zijn.”

 

-          Elke scheiding is uniek en vraagt een andere benadering –

 

Meer begeleiding

Ook Luc Arron, woordvoerder van het Steunpunt Blijvend Ouderschap (sbo), heeft ernstige twijfels bij de nieuwe wet rond gedeeld ouderschap. “Deze wet leidt tot meer problemen. Waar is de inbreng van het kind? Wat als een kind op zijn twaalfde kiest voor één vaste woonplaats? Welke ouder zal dan een stap terugzetten? Gedeeld ouderschap is bovendien niet altijd de beste optie, waarom er dan de norm van maken? De eindverantwoordelijkheid ligt weer volledig in handen van rechters en advocaten. Vooral de laatste categorie zal hier goed geld aan verdienen.” Volgens Luc Arron kan er een mouw gepast worden aan de nieuwe wet. “Waarom geen zes maanden proef bij gedeeld ouderschap? Loopt het prima, des te beter. in het andere geval moet de regeling herzien worden. Ook de afstand tussen de twee woningen van de ouders moet in rekening gebracht worden. Tien tot vijftien kilometer lijkt me nog te doen, meer niet. Verder is het hoog tijd dat de rechtbanken in Vlaanderen op dezelfde lijn zitten. Nu is er een te groot verschil tussen de rechtbanken.”

 

“In de praktijk is gedeeld ouderschap een heel moeilijk verhaal,” zegt Ingrid Charlier, griffier van de burgerlijke rechtbank van Tongeren in Het Belang van Limburg. “Stel je een situatie voor met een drukbezette vader met onregelmatige werkuren en een deeltijds werkende moeder. Zij kan haar kind onderdak bieden, terwijl hij voor z’n job vaak in het buitenland zit. Volgens deze wet zou het kind dus een week bij zijn moeder en een week hij zijn vader moeten verblijven. Hoe zullen ouders en kinderen zich daarbij voelen? Ik verwacht dan ook niet dat rechters nu massaal bi-locaties gaan uitspreken. Elk geval is uniek en vraagt een andere benadering.” Vrederechter Walter Niewold gelooft sterk in de psychologische begeleiding van de ouders. Maar tussen woord en daad ligt een beperkt budget. “De mensen en de middelen ontbreken om preventief op te treden. Aan de andere kant steekt ook het Belgische systeem stokken in de wielen. Justitie is een federale, hulpverlening een gewestelijke kwestie. De bezoekruimtes zijn onderbemand. Ik denk dat ouders voor het bezoek van hun kinderen ook thuis moeten kunnen begeleid worden. Een rechter moet ook meer mogelijkheden krijgen om onderzoek te laten doen naar de familiale situatie. Dat de vrederechters de justitiehuizen daarvoor niet mogen inschakelen, opnieuw om financiële redenen, is erg jammer. Het is aan de politiek om te beslissen of er meer middelen vrijgemaakt worden.”


Bron: weliswaar nr74  Februari-Maart 2007 Peter Dupont 
www.weliswaar.be

Naar boven

18 JULI 2006. - Wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind (1)
Publicatie : 2006-09-04           FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

18 JULI 2006. - Wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 2. Artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 april 1995, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. Ingeval de ouders niet samenleven en hun geschil bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt, wordt het akkoord over de huisvesting van de kinderen door de rechtbank gehomologeerd, tenzij het akkoord kennelijk strijdig is met het belang van het kind.
Bij gebrek aan akkoord, in geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, onderzoekt de rechtbank op vraag van minstens één van de ouders bij voorrang de mogelijkheid om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders vast te leggen.
Ingeval de rechtbank echter van oordeel is dat de gelijkmatig verdeelde huisvesting, niet de meest passende oplossing is, kan zij evenwel beslissen om een ongelijk verdeeld verblijf vast te leggen.
De rechtbank oordeelt in ieder geval bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, en rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en het belang van de kinderen en de ouders. »

Art. 3. Artikel 387bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995, wordt aangevuld met de volgende leden :
« Onverminderd artikel 1734 van het Gerechtelijk Wetboek, poogt de rechtbank de partijen te verzoenen. Zij verstrekt hen alle nuttige inlichtingen over de rechtspleging en in het bijzonder over het nut een beroep te doen op de in het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde bemiddeling. Indien zij vaststelt dat een toenadering mogelijk is, kan zij de schorsing van de procedure bevelen, teneinde de partijen de mogelijkheid te bieden alle nuttige inlichtingen hierover in te winnen en het bemiddelingsproces op te starten. De duur van de schorsing mag niet meer dan één maand bedragen.
De rechtbank kan, zelfs ambtshalve, een voorafgaande maatregel bevelen teneinde de vordering te onderzoeken of de toestand van de partijen voor een termijn die zij vaststelt, voorlopig te regelen.
Ingeval een dergelijke vordering voor het eerst bij de jeugdrechtbank aanhangig wordt gemaakt, en behoudens overeenstemming van alle partijen en van de procureur des Konings, beslist de jeugdrechtbank over een voorlopige regeling. De zaak kan tijdens een latere zitting opnieuw worden onderzocht, op een datum die ambtshalve vastgelegd wordt in het vonnis, binnen een termijn die één jaar niet te boven mag gaan, en onverminderd een nieuwe oproeping op een vroegere datum, zoals is aangegeven in het volgende lid :
De zaak blijft ingeschreven op de rol van de jeugdrechtbank tot de kinderen op wie het geschil betrekking heeft, ontvoogd zijn of de leeftijd van wettelijke meerderjarigheid hebben bereikt. In geval van nieuwe elementen, kan de zaak opnieuw voor de rechtbank worden gebracht bij conclusie of bij een schriftelijk verzoek dat wordt neergelegd bij of gericht is aan de griffie.
Artikel 730, § 2, a), van het Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op deze zaken. »

Art. 4. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 387ter ingevoegd, luidende :
« Artikel 387ter. § 1. Ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de huisvesting van de kinderen of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter worden gebracht. In afwijking van artikel 569, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek, is de bevoegde rechter degene die de niet-nageleefde beslissing heeft gewezen, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt, in welk geval de vordering voor deze laatste wordt gebracht.
De rechter doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.
Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, kan hij onder meer :
- nieuwe onderzoeksmaatregelen verrichten, zoals een maatschappelijke enquête of een deskundigenonderzoek;
- een poging tot verzoening ondernemen;
- de partijen voorstellen gebruik te maken van de in artikel 387bis bepaalde bemiddeling.
Hij kan nieuwe beslissingen nemen met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van het kind.
Onverminderd strafvervolging kan hij de partij die het slachtoffer is van de miskenning van de in het eerste lid bedoelde beslissing toestaan een beroep te doen op dwangmaatregelen. Hij bepaalt de aard van deze maatregelen en de nadere regels betreffende de uitoefening ervan, rekening houdend met het belang van het kind en wijst, indien hij zulks nodig acht, de personen aan die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor de tenuitvoerlegging van zijn beslissing.
De rechter kan een dwangsom uitspreken om te waarborgen dat de te nemen beslissing zal worden nageleefd en, in die hypothese, stellen dat voor de tenuitvoerlegging van die dwangsom, artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is.
De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.
§ 2. Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer de rechten van de partijen geregeld zijn door een overeenkomst zoals voorzien in artikel 1288 van het Gerechtelijk Wetboek. In dit geval, en onverminderd § 3, wordt de zaak bij de rechtbank aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift op tegenspraak.
§ 3. In geval van absolute noodzaak, en onverminderd de mogelijkheid om een beroep te doen op artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek, kan bij eenzijdig verzoekschrift de toestemming worden gevraagd om een beroep te doen op de dwangmaatregelen als bedoeld in § 1. De artikelen 1026 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. De verzoekende partij moet het verzoekschrift staven met alle dienstige stukken die aantonen dat de weigerende partij daadwerkelijk werd aangemaand haar verplichtingen na te komen en dat zij zich heeft verzet tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing.
De inschrijving van het verzoekschrift is kosteloos. Het verzoekschrift wordt gevoegd bij het dossier van de rechtspleging die aanleiding heeft gegeven tot de beslissing die niet werd nageleefd, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt.
§ 4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de internationale bepalingen die België verbinden op het vlak van de internationale ontvoering van kinderen. »

HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 5. Artikel 1412, eerste lid,van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 31 maart 1987 en 14 januari 1993, wordt aangevuld als volgt :
« 3° wanneer de rechter artikel 387ter, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft toegepast. »

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 juli 2006.

ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
_______
Nota's
(1) Gewone zitting 2004-2005.
Kamer van volksvertegenwoordigers.

Naar boven
Co-ouderschap in nieuwe wet gegoten - (De krantenartikels)

Co-ouderschap in nieuwe wet gegoten
Kinderen moeten ,,gelijkmatig verdeelde huisvesting" krijgen

Co-ouderschap na echtscheiding bestaat al sinds 1995. Een nieuwe wet - die gisteren in het Staatsblad verscheen en dus voortaan van kracht is - werkt vooral de verblijfsregeling van de kinderen verder uit.

De wet op het co-ouderschap, van 1995, bepaalde al - en dat blijft zo - dat beide ouders na een echtscheiding gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Ook de ouder bij wie de kinderen minder vaak verblijven beslist dus mee over grote en kleine kwesties.

Wel kan een rechter beslissen dat het ouderlijke gezag exclusief door één van beide ouders wordt uitgeoefend, als daar goede redenen voor zijn. De andere ouder kan dan recht op persoonlijk contact hebben.

Het wetboek spreekt sinds 1995 niet meer over bezoek - en hoede recht van de ouders. Het gaat nu over de verblijfsregeling van de kinderen. De wet van 18 juli 2006, die sinds gisteren van kracht is, gaat nader in op die verblijfsregeling. De wet streeft naar ,,het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting'' van de kinderen.

Dit betekent niet dat kinderen na de scheiding van hun ouders verplicht zijn om elke week te verhuizen. De wetgever is van oordeel dat een akkoord tussen beide ouders het beste is. Gescheiden ouders die het er onderling over eens zijn dat de kinderen hun hoofdverblijf bij één ouder hebben, kunnen dat dus nog steeds zo in hun echtscheidingsvonnis laten vastleggen.

Wat verandert er wel? In geval een gescheiden paar het onderling niet eens wordt, moet de rechter de voorkeur geven aan een 'gelijkmatig verdeelde huisvesting' van de kinderen. Het is nu de ouder die ervan overtuigd is dat het kind beter af is op één hoofdadres die daar argumenten voor moet zoeken. Zoals: de zeer jonge leeftijd van de kinderen of de te grote afstand tussen beide adressen.

Beurtelings verblijf houdt in dat de kinderen ongeveer evenveel tijd doorbrengen bij de vader als bij de moeder. Het hoeft niet per se om een strikte week-weekregeling te gaan.

In het verleden gebeurde het dat ouders die voorstander waren van een beurtelings verblijf door de rechtbank teruggefloten werden. De rechter sprak dan toch een vonnis uit waarbij de kinderen één hoofdverblijf kregen, vanuit de overtuiging dat dit ,,in het belang van het kind" was. Zoiets kan nu niet meer.

Er blijf een achterpoortje voor rechters, als zij gewichtige redenen zien om tegen het akkoord van de ouders in te gaan. Bijvoorbeeld als zij van oordeel zijn dat het kind veel te vaak moet verhuizen en de regeling meer op maat van de ouders dan op die van de kinderen is gesneden.

De rechter krijgt de opdracht om scheidenden in te lichten over de voordelen van scheidingsbemiddeling. Hij kan de procedure een maand opschorten om een eventuele onderlinge overeenkomst kansen te geven. Maar hij kan niemand verplichten tot een kennismakingsgesprek met een bemiddelaar, zoals onder meer de Vlaamse kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove had bepleit.

Ouders die vaststellen dat de andere ouder de verblijfsregeling met voeten treedt, kunnen op eenzijdig verzoekschrift terug naar de rechter. Het indienen van zo'n verzoekschrift is gratis. De rechter kan dan eventueel in een nieuw vonnis tot een andere verblijfsregeling besluiten. Dit kan pas nadat eerdere verzoeningspogingen mislukten. De vereniging van gescheiden vaders, de BGMK, spreekt over de mogelijkheid om de verblijfsregeling ,,om te keren", maar dit staat niet letterlijk in de nieuwe wet.

Wél in de wet: de rechter kan een beroep doen op dwangmaatregelen. Ankie Vandekerckhove betreurt dit: ,,Het gaat om een verbintenis tussen twee volwassenen die door een van hen geschonden wordt en waar het kind het slachtoffer van is. Terwijl het kind er zelf geen schuld aan heeft. De vereniging van deurwaarders heeft vroeger al laten verstaan dat zij geen kinderen meer manu militari uit huizen wilde slepen en wij hopen dan ook dat die praktijk niet terugkeert.''

Bron: Het Nieuwsblad Veerle BEEL, 06-09-2006

Minder weekendpapa's

Uiteraard blijft het voor kinderen ideaal als hun ouders een heel leven lang samen voor hen kunnen zorgen in een liefdevolle omgeving. Maar de realiteit leert dat veel huwelijken op de klippen lopen: vorig jaar telde ons land meer dan 30.000 echtscheidingen. En dan is het zaak voor de kinderen een zo goed mogelijke oplossing te vinden, waarbij ze zowel met papa als mama een goede relatie kunnen behouden.

Gisteren werd een wet van kracht die scheidende ouders beter helpt dan ooit tevoren: voortaan moet een rechter altijd voorrang geven aan het co-ouderschap. Als ouders ermee akkoord gaan om hun kinderen afwisselend onderdak te geven, is de rechter verplicht daar rekening mee te houden. Alleen in uitzonderlijke situaties kan hij daar van afwijken, mits grondige motivatie. Tot nog toe kon een rechter eigenmachtig beslissen om zoon of dochter aan één ouder toe te wijzen - zogenaamd in het belang van het kind - zelfs als beide ouders het over die bilocatie eens waren. Merkwaardig, want als ouders na de pijnlijke episode van een echtscheiding toch nog samen op gelijke voet verder voor hun kroost willen zorgen, is dat de best mogelijke oplossing.

De nieuwe wet bepaalt nu zelfs dat ook bij een blijvend meningsverschil van een scheidend echtpaar de rechter nog altijd de voorrang moet geven aan de ,,gelijkmatig verdeelde huisvesting'', zoals het co-ouderschap juridisch wordt omschreven.

Het co-ouderschap is nu ook weer niet zaligmakend: als pa en ma bijvoorbeeld om professionele redenen tientallen kilometers uit elkaar wonen, is het alleen al praktisch niet haalbaar. En soms gaan ouders gezamenlijk akkoord dat het voor hun kinderen het best is als ze op één hoofdadres verblijven. De nieuwe wet staat dat onderlinge akkoord nog altijd toe.

Maar het is wel een hele vooruitgang dat het co-ouderschap niet meer afhangt van de goodwill van een rechter. In een onzalig verleden besliste de rechter volledig zelfstandig wie voor de kinderen mocht zorgen. In verreweg de meeste gevallen was dat de moeder. De vader werd dan gereduceerd tot een soort weekendpapa die zich tevreden moest stellen met tweewekelijkse bezoekjes van zijn kinderen. Maar wie met zijn kroost slechts vier dagen per maand nauw samenleeft, kan daar geen intieme relatie mee opbouwen. Zo'n regeling leidde onvermijdelijk tot scheefgetrokken verhoudingen tussen pa, ma en zoon of dochter. Co-ouderschap is na een echtscheiding niet alleen voor kinderen een grote stap vooruit, maar ook voor talloze vaders. Zij kunnen hun vaderrol ook buiten de weekends opnemen.

Bron:
Het Nieuwsblad Peter DE BACKER 06-09-2006

Wet op beurtelingse huisvesting in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Op maandag 4 september publiceerde het Belgisch Staatsblad de veel besproken wet op de beurtelingse huisvesting.  Daarmee is het nu officieel: als één van beide ouders beurtelingse huisvesting wil en de andere ouder niet, moet de rechter beurtelingse huivesting opleggen. De rechter mag enkel een andere verblijfsregeling opleggen als blijkt dat beurtelingse huisvesting niet in het belang van het kind is.

Rechter moet kiezen voor co-ouderschap bij echtscheidingen


Een rechter moet bij echtscheidingen voortaan prioriteit geven aan het co-ouderschap. Dat is het gevolg van de nieuwe "bilocatiewet", maandag in het Staatsblad verschenen.

Een kind van gescheiden ouders kan nu even lang bij de vader als bij de moeder verblijven. Tot nu toe werd een kind in vier op vijf gevallen bij de moeder geplaatst.

Voor de wet er was, besliste een rechter bij een scheiding vrij wat er met de kinderen gebeurde. Vroeger had dat bijna altijd tot gevolg dat de kinderen bij de moeder terechtkwamen. De jongste jaren kreeg de vader al meer inspraak bij de opvoeding van zijn kinderen. Met de nieuwe regeling wordt het de norm dat gescheiden ouders hun kinderen om beurten onderdak bieden. Als de ouders het daar allebei mee eens zijn, is de rechter verplicht hun voorstel te volgen, tenzij het belang van het kind in gevaar komt. Als slechts één ouder het voorstelt, moet de rechter oordelen of dit wel een goed idee is.

Volgens Vlaams kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove is verblijfsco-ouderschap niet de enige oplossing. "De beste regeling voor het kind, zo wijst wetenschappelijk onderzoek uit, is echter de regeling waarmee beide ouders akkoord gaan. En dat is niet altijd verblijfsco-ouderschap", stelt ze.

Vorig jaar waren er 30.844 echtscheidingen in België. Bijna een kwart van de minderjarigen groeit op in een gescheiden gezin.


Bron: Het Belang van Limburg 05-09-2006

Kritiek op het co-ouderschap


(foto Belga)

Kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove (foto) wijst erop dat de beste regeling voor het kind die regeling is waarmee beide ouders akkoord gaan.
Co-ouderschap is dus niet zaligmakend als de ouders dat niet zien zitten.

"Mensen kunnen nu verkeerdelijk de indruk krijgen dat co-ouderschap als het zaligmakend model naar voren wordt geschoven, maar ieder gezin is anders", vindt Vandekerckhove.


(Beluister hier de reactie van Ankie Vandekerckhove (Radio1)

Het Steunpunt Blijvend Ouderschap vreest "schizofrene" kinderen, kinderen die zich steeds weer moeten aanpassen aan de verschillende gewoontes van mama en papa.

Vorig jaar waren er 30.844 echtscheidingen in België. Bijna een kwart van de minderjarigen groeit op in een gescheiden gezin.

Bron: VRTnieuws.net


Klik  hier voor het videoverslag uit VTM-Laat 

Datum : 05/09/2006 Het Belang van Limburg
Titel : Co-ouderschap
Eindelijk is het verblijfsco-ouderschap wettelijk geregeld. Gisteren verscheen de in juli definitief goedgekeurde wet in het Staatsblad. Het heeft lang geduurd, want al in het begin van de jaren ‘90 was het co-ouderschap aan de orde in de commissies Justitie van Kamer en Senaat.

Verblijfsco-ouderschap of ‘bilocatie’ houdt in dat na een echtscheiding de huisvesting van de kinderen op een gelijkmatige manier tussen de ouders verdeeld wordt. Zo staat het in het Staatsblad, en het betekent meestal dat de kinderen beurtelings een week bij mama en bij papa verblijven. De kinderen zien hun beide ouders dus even vaak en er is geen risico dat ze vervreemden van een van beiden.

Eigenlijk verandert de nieuwe wet niet zoveel. Het is niet zo dat het co-ouderschap nu wordt opgelegd. De rechter wordt alleen verplicht om co-ouderschap toe te staan als de beide scheidende partners daar een akkoord over hebben, en hij moet het serieus onderzoeken als een van de twee het vraagt.

Toch is dat een grote vooruitgang tegenover de vroegere toestand waarbij de rechter autonoom besliste wat er met de kinderen gebeurde en bijvoorbeeld kon weigeren co-ouderschap toe te staan,ook als beide ouders het erover eens waren.

Anderzijds is het maar goed dat het oorspronkelijke plan van minister van Justitie Laurette Onkelinx, die van co-ouderschap wel degelijk de norm wilde maken, door de familierechtspecialisten in het parlement is bijgevijld.Want co-ouderschap is misschien wel het ideaalbeeld voor de omgang tussen gescheiden ouders en hun kinderen, het is zeker niet de gemakkelijkste regeling. De ex-partners moeten goed genoeg met elkaar kunnen blijven opschieten om vrijwel dagelijks afspraken over de kinderen te kunnen maken.Bovendien is co-ouderschap ook alleen maar mogelijk als de gewezen partners in elkaars buurt blijven wonen want de kinderen moeten uiteraard naar dezelfde school kunnen blijven gaan.En dan is er nog het financiële aspect: voor co-ouderschap zijn er twee gezinswoningen nodig met alles erop en eraan. Het is dus zeker niet de goedkoopste formule.

Daarom is het absoluut nodig dat er nog een fiscaal sluitstuk gebreid wordt aan de wetgeving omtrent het co-ouderschap, want voorlopig blijven de partners die kiezen voor co-ouderschap fiscaal benadeeld tegenover diegenen die opteren voor de traditionele formule van onderhoudsgeld. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Luc STANDAERT

Naar boven

 
Reacties op de nieuwe co-ouderschapswet

1 - De keerzijde van co-ouderschap

De Senaat behandelt een wetsontwerp dat van de gelijkmatig verdeelde huisvesting de 'norm' zou maken. Volgens Cathy Galle (DM, 23/5) zouden veel meer kinderen daardoor systematisch uitgroeien tot probleemkinderen en in instellingen terechtkomen. Niets is evenwel minder waar.

Als lid van de subcommissie Familierecht in de Kamer volgde ik samen met collega Martine Taelman de bespreking van dat wetsontwerp. Het klopt dat minister van Justitie Onkelinx aanvankelijk gelijkmatig verdeelde huisvesting als norm (= regel) in België wilde invoeren voor kinderen wier ouders niet meer samenwonen. Ze wou zo de procedures met betrekking tot de verblijfsregeling van kinderen meer voorspelbaar maken en zo ook beperken.

Daartegen werd gereageerd via een VLD-amendement, ondertekend door twee andere meerderheidspartijen. Daardoor wordt het systeem van de gelijkmatig verdeelde huisvesting wel in de wet opgenomen naast de bestaande regeling, maar de rechter heeft de volledige vrijheid om te beslissen welke regeling hij oplegt. Belangrijk is dat de rechter zijn beslissing goed motiveert ook als hij de gelijkmatig verdeelde huisvesting beveelt. Dat houdt een belangrijke wijziging in van de regeling voorgesteld door minister Onkelinx.

Het wetsontwerp moet eigenlijk als een verlengstuk gezien worden van de wetswijziging die in 1995 de "gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag" invoerde. Ook daartegen was aanvankelijk veel verzet in Vlaanderen. Nochtans heeft die wetswijziging ervoor gezorgd dat de meeste niet-samenwonende ouders het ouderlijke gezag over hun kinderen samen blijven uitoefenen. Het verblijf van de kinderen blijft evenwel het strijdpunt.

Het gerechtelijk landschap in België is op dat punt ook heel divers. Sommige rechters houden vast aan het klassieke systeem: de kinderen verblijven bij de moeder en één op de twee weekends bij de vader. Andere rechters spreken waar mogelijk wél het gelijk verdeeld verblijf uit. Uit de hoorzittingen in de subcommissie is gebleken dat sommige rechters zelfs weigeren akkoorden met betrekking tot gelijk verdeeld verblijf te homologeren.

Om dat te verhelpen, geeft het huidige wetsontwerp duidelijk het signaal dat er twee verblijfssystemen bestaan in geval van gezamenlijk ouderlijk gezag: het gelijk verdeeld en het ongelijk verdeeld verblijf.

Cathy Galle somt in haar artikel een aantal negatieve ervaringen met gelijk verdeeld verblijf op. Daarnaast kunnen echter evenveel positieve verhalen worden verteld. Essentieel voor mij is dat de rechter een vraag tot gelijk verdeeld verblijf moet toetsen aan een aantal criteria, zoals: mogelijkheid tot dialoog tussen de ouders, betrokkenheid van de ouders, leeftijd van het kind, afstand tussen ouders, beschikbaarheid van de ouders...

Dat meer kinderen door die wetswijziging in harmonie met mama en papa mogen opgroeien hoop ik uit de grond van mijn hart.

Sabien Lahaye-Battheu, federaal volksvertegenwoordiger VLD

Bron: De Morgen 27-05-2006


2 - Weekje mama weekje papa

Sinds het co-ouderschap gaat het slecht met Anke. 'Ze klopt met haar hoofd tegen de muur, slaapt bijzonder moeilijk, heeft nachtmerries en wil niet meer eten', legt haar mama uit. Ook papa merkt een verandering bij zijn dochter. 'Ze krijgt soms woedebuien waar ik geen weg mee weet.'Kiara gaat sinds kort, verplicht, om de week bij haar papa wonen. Sindsdien eet ze niet meer, gaat het slecht op school en weigert ze te spreken. 'Als ze na die week thuiskomt, ziet ze er meestal echt verwaarloosd uit. Soms draagt ze nog dezelfde kleren als in het begin van de week en heeft ze enkel junkfood gegeten.'Tessa is acht. Ze is wellicht één van de jongste slachtoffertjes van extreme zelfverminking.

Haar armpjes staan vol met pijnlijke krassen. Een gedrag dat pas enkele weken geleden begon. Tessa's ouders zijn gescheiden en hebben een co- ouderschapsregeling.

Freek was drie toen zijn ouders uit elkaar gingen en een co-ouderschap begonnen. Nu is hij twaalf en sinds kort vertoont hij extreem gedrag, vooral tegen papa, die nochtans heel goed voor hem heeft gezorgd. Maar papa had net iemand ontmoet met wie hij het ernstig meende. Freek had, hoewel zijn ouders al negen jaar uit elkaar waren, de breuk tussen hen nog niet verwerkt.

Co-ouderschap:
een op het eerste gezicht eenvoudige regeling voor kinderen wanneer hun ouders scheiden. De Senaat buigt zich nu over een wetsvoorstel om van dat gedeelde ouderschap de norm te maken. Hulpverleners houden hun hart vast. 'Er is op dit ogenblik zoveel te doen rond plaatsgebrek in instellingen voor jongeren. Als dit erdoor komt, komen er zeker nog meer kinderen in instellingen terecht.' Door Cathy Galle

Anke is twaalf. Haar ouders zijn al enkele jaren uit elkaar. Tot voor kort woonde ze bij haar mama. Papa zag ze weinig. Hij had bezoekrecht, maar door allerhande omstandigheden maakte hij daar nauwelijks gebruik van. Heel sporadisch nam hij haar eens mee naar een pretpark. Enkele maanden geleden vroeg de man echter aan de rechter om de bezoekregeling te herzien. Hij wou en kreeg ook co-ouderschap. Nu woont Anke dus een weekje bij mama en een weekje bij papa.

Sindsdien gaat het slecht met Anke. "Ze klopt met haar hoofd tegen de muur, slaapt bijzonder moeilijk, heeft nachtmerries en wil niet meer eten", legt haar mama uit. Ook papa merkt een verandering bij zijn dochter. "Ze krijgt soms woedebuien waar ik geen weg mee weet."

Anke wordt naar een psycholoog gestuurd. Die probeert vooral de driftbuien aan te pakken, omdat die het meest storend zijn. De therapie faalt. Met Anke gaat het van kwaad naar erger. Ze begint ook te stelen op school.De directeur heeft haar betrapt en dreigt ermee de bijzondere jeugdzorg in te schakelen. Anke dreigt geplaatst te worden in een instelling.

Het verhaal van Anke is een typisch voorbeeld van waar het mis kan lopen, vindt Lut Celie. Ze is psychotherapeute en gespecialiseerd in alle vormen van verlieservaringen. Ongeveer 80 procent van de kinderen die ze te zien krijgt, komt uit een vechtscheiding. De jongste jaren merkt ze ook een duidelijke evolutie. Almaar meer kinderen komen uit een co-ouderschapsregeling, zoals Anke dus.

"Die kinderen vertonen duidelijk signaalgedrag, een plotse verandering in het gedrag die erger wordt wanneer er niet naar de diepere oorzaak wordt gezocht. Dat gedrag kan vrij ver gaan, van weer beginnen te bedplassen tot hyperventilatie, bijten en de eigen haren uittrekken." Kinderen met signaalgedrag komen de jongste jaren vaak uit co-ouderschap. "Zeker de heel jonge kinderen. Mijn ervaring is dat de week-weekregeling bij die groep zo goed als altijd mislukt. Dat zie ik niet alleen in mijn eigen praktijk, maar dat hoor ik ook van de mensen aan wie ik vorming aan geef, onder andere leerkrachten en onthaalmoeders maar ook professionele hulpverleners die vrijwel constant met deze problematiek bezig zijn."

Toch hoeft co-ouderschap niet per se een slechte zaak te zijn, stelt Celie. Als er maar voldoende aandacht is voor de gevoelens van het kind. "Dat gebeurt op dit moment duidelijk veel te weinig. Een kind heeft een baken nodig, een nest waar het zich veilig voelt, waar het liefdevolle aandacht krijgt en van waaruit het zich volledig kan ontplooien. Wordt aan dat baken geraakt, dan kan een kind helemaal uit evenwicht raken. Sommige kinderen kunnen zo'n co-ouderschap waarbij dat baken wegvalt aan, maar mijn ervaring is dat het voor de meesten een enorm moeilijke opgave is."

Tom is tien jaar. Zijn papa heeft al jaren een vriendin zonder dat het gezin het weet. Mama schrikt enorm wanneer ze het hoort. Papa beslist meteen om bij zijn vriendin in te trekken. Hij vraagt co-ouderschap voor zijn drie kinderen. In amper drie weken tijd is de leefwereld van de kinderen totaal veranderd. Nu wonen ze een week bij mama en een week bij papa en vriendin.

Na enkele weken krijgen de ouders bericht van school. Tom functioneert niet meer, doet soms een beetje raar. Celie: "Dat jongetje was volledig in zichzelf gekeerd. Hij kwam bij mij in behandeling, maar ik kreeg in het begin niets uit hem. Dat hij het moeilijk had met zijn nieuwe situatie was duidelijk, maar waar lag het probleem precies? Op een dag zei ik hem: 'Niemand kan eigenlijk beseffen hoe moeilijk jij het hebt.' Vanuit die erkenning begon hij wel te praten. Toen kwam het eruit: 'Ik wil niet bij papa als die daar is.' Vanaf dat moment wist ik waar we op moesten werken."

In het wetsvoorstel dat nu voorligt in de Senaat wordt het verblijfsco-ouderschap gepromoot. Oorspronkelijk wou justitieminister Laurette Onkelinx de regeling verplicht maken bij echtscheiding. Dat idee werd, na veel kritiek vanuit ongeveer alle hoeken, fel afgezwakt. Nu heet het dat "een gelijkmatig verdeelde huisvesting gestimuleerd moet worden, ook als er tussen beide ouders geen overeenstemming is".

Het voorstel zegt dat niet de ouder die om het co-ouderschap verzoekt de gegrondheid moet aantonen, maar dat de ouder die zich daartegen verzet, zal moeten bewijzen dat het geen goed idee is. Een situatie die tot drama's kan leiden, vinden enkele moeders die zich verenigd hebben om te strijden tegen de gevolgen van co-ouderschap. "Mijn dochter Kiara is acht", zegt Bianca. "Haar papa heeft een tijdlang niet naar haar omgezien, maar vroeg onlangs co-ouderschap aan. De rechter volgde hem in die vraag en veegde al mijn bezwaren van tafel. Dat mijn ex al jaren niet naar haar omzag en bovendien geen bestaansmiddelen had, was volgens de rechter geen argument."

Kiara gaat sinds kort, verplicht, om de week bij haar papa wonen. Sindsdien eet ze niet meer, gaat het slecht op school en weigert ze te spreken. "Als ze na die week thuiskomt, ziet ze er meestal echt verwaarloosd uit. Soms draagt ze nog dezelfde kleren als in het begin van de week en heeft ze enkel junkfood gegeten. Mijn ex heeft haar gezegd dat ze bij hem moet wonen omdat hij dan geen centjes meer moet betalen aan mama." Bianca stapte naar alle mogelijke instanties op zoek naar hulp, telkens ving ze bot. "Mijn hart breekt als ik zie hoe erg Kiara er aan toe is. En ik kan niets doen. De rechter heeft het laatste woord."

Een rechter kan onmogelijk inschatten waar een kind moeite mee zal hebben, stelt psychotherapeute Lut Celie. "Dat is zo'n complex probleem dat het onmogelijk door een rechter kan worden beslist. Er wordt wel eens gezegd dat kinderen flexibel zijn. Dat is ook één van de argumenten van de voorstanders van dit wetsvoorstel. Maar dat is eigenlijk onzin. Kinderen zijn enkel flexibel als ze een warm nest hebben, een fundament, een basisveiligheid. Ligt dat aan diggelen, zoals bij een echtscheiding, dan zijn ze helemaal niet flexibel."

Tessa is acht. Ze is wellicht één van de jongste slachtoffertjes van extreme zelfverminking. Haar armpjes staan vol met pijnlijke krassen. Een gedrag dat pas enkele weken geleden begon. Tessa's ouders zijn gescheiden en hebben een co-ouderschapsregeling. Papa heeft ondertussen twee kindjes met zijn nieuwe vrouw. Sinds de geboorte van baby nummer twee gaat het slecht met Tessa. Vroeger was er weinig aan haar te merken, argumenteren beide ouders.

Celie: "Het gaat nochtans om een open en extravert kind. Alleen had blijkbaar niemand haar echt gevraagd wat er scheelde. Ze werd integendeel telkens gestraft wanneer ze iets deed wat tegen de regels was. Toen ik haar vroeg hoe ze zich voelde, vloog het eruit: 'Het was wel mijne papa.' Ik ben met de papa gaan praten, die was er zich niet van bewust dat zijn dochtertje het gevoel had dat die 'nieuwe' kindjes haar papa hadden afgepakt. Van daaruit zijn we verder beginnen te werken."

Signaalgedrag kan zich ook op andere manieren uiten. Peter, vier jaar, wil sinds een aantal weken niet meer eten. Mama moet hem nu weer voeden, zoals een baby, met vloeibaar eten. Mama wil haar zoontje meer bij haar hebben, papa weigert. De rechtszaak die daarover loopt, doet meer kwaad dan goed. Lut Celie: "Er is nu een maatschappelijk onderzoek gestart, maar zoiets kan lang duren. Ondertussen gaat het kind almaar verder kopje-onder. Ik werk bij jonge kindjes vaak met poppetjes. De kindjes spelen dan zelf een rollenspel en laten de popjes spreken. Op die manier komen veel gevoelens naar boven. Ik heb hopen van die poppetjes in alle vormen. Peter vond geen enkel dat zijn papa kon voorstellen. Dat is nu een zelf geknede lelijkaard geworden met een kurk als mond. De kurk zegt steevast: 'Wij hebben veel geheimpjes, maar je mag niets zeggen.' Het spijt me om het te moeten zeggen, maar als de situatie niet snel verbetert, zien we zo'n kind wellicht straks terug in een instelling."

Freek was drie toen zijn ouders uit elkaar gingen en een co-ouderschap begonnen. Nu is hij twaalf en sinds kort vertoont hij signaalgedrag. Zijn woede richt zich vooral tegen papa, die nochtans heel goed voor hem heeft gezorgd en alle mogelijke aandacht geeft. "Ik begreep in eerste instantie ook niet wat er aan de hand kon zijn. Tot ik telefoon kreeg van de moeder. Freek had haar enkele dagen daarvoor een vraag gesteld die haar aan het denken had gezet. 'Zou jij nog kunnen samenleven met papa?' Toen begreep ik het. Zijn papa had in de loop van de jaren wel geregeld een vriendin gehad maar telkens kortstondig. Nu had hij iemand ontmoet met wie hij het ernstig meende. Maar dat kind had, ondanks het feit dat zijn ouders al negen jaar uit elkaar waren, de breuk tussen hen nog altijd niet verwerkt. Er was zelfs nooit een begin van verwerking geweest."

"Erkenning van de realiteit is erg belangrijk. Kinderen hebben vaak zo'n fantasiewereld dat ze soms jarenlang voor zichzelf kunnen volhouden dat iets niet zo is. Ouders zijn zich daar meestal niet van bewust en vaak is er aan het kind zelf ook niet zoveel te merken." Voor Freek werd een afscheidsritueel georganiseerd. Een bijzonder emotioneel moment waarbij hij samen met zijn mama en papa een streep kon trekken onder het verleden. De jongste tijd gaat het veel beter met hem.

Een andere voorwaarde om een co-ouderschap te doen slagen is eenduidigheid in opvoeding, vindt Lut Celie. In het wetsvoorstel staat nochtans ook dat de rechter de regeling moet stimuleren, ook al komen de ouders niet tot een overeenkomst. "Dat is om problemen vragen", zucht Celie. "Als dit regel wordt, dan zullen de instellingen nog veel voller komen te zitten met kinderen die helemaal uit evenwicht zijn. We moeten vertrekken vanuit die eenduidigheid, anders kan dat tot serieuze emotionele breuken leiden."

Ann is elf jaar. Ze weet al jaren dat papa mama bedriegt met een andere vrouw. Het enige wat ze wil is dat papa eerlijk is tegen mama en alles opbiecht. Papa heeft het daar moeilijk mee en blijft leugens vertellen. Ann verliest alle vertrouwen in hem. De ouders gaan uiteindelijk toch uit elkaar en gaan co-ouderschap aan. Ann wordt dus gedwongen om één week op de twee bij haar papa, in wie ze geen enkel vertrouwen meer heeft, in te wonen.

"Het meisje vertoont overduidelijk signaalgedrag. Eerlijkheid is bijzonder belangrijk bij dergelijke pijnlijke situaties, hoe moeilijk het ook is. Maar een kind dat zijn vertrouwen verliest, is zonder de juiste begeleiding en opvang een vogel voor de kat. De instellingen zitten nu al overvol. Ga maar eens na, het grootste deel van hen komt uit een gebroken gezin. Ik wil niet negatief doen, maar toch denk ik dat we heel voorzichtig moeten zijn. Ik zou dan ook willen zeggen: wees alert, luister naar je kind en tracht te begrijpen. Zo kunnen we wellicht heel wat problemen vermijden."

De namen van de kinderen werden gewijzigd

Psychotherapeute Lut Celie

'Een kind heeft een baken nodig, een nest waar het zich veilig voelt en van waaruit het zich volledig kan ontplooien. Sommige kinderen kunnen zo'n co-ouderschap waarbij dat baken wegvalt aan, maar mijn ervaring is dat het voor de meesten een enorm moeilijke opgave is'

Psychotherapeute Lut Celie

'Erkenning van de realiteit is erg belangrijk. Kinderen hebben vaak zo'n fantasiewereld dat ze soms jarenlang voor zichzelf kunnen volhouden dat iets niet zo is. Ouders zijn zich daar meestal niet van bewust en vaak is er aan het kind zelf ook niet zoveel te merken'

Bron: De Morgen 23-05-2006

3- Bi-Locatie

Bij deze wil ik toch even reageren op jullie berichtgeving rond de wet inzake bilocatie. Jullie schrijven "als één van beide ouders beurtelingse huisvesting wil en de andere ouder niet, moet de rechter beurtelingse huisvesting opleggen." Dit klopt niet met de beschrijving van de wet "onderzoeken" is immers niet hetzelfde als "opleggen".

Als bemiddelaar in familiezaken merk ik dagdagelijks in mijn praktijk de misverstanden die hieromtrent bestaan. Een dergelijke formulering helpt enkel ex-partners om hun strijd verder aan te wakkeren tussen elkaar, maar helpt hen niet om als ouders stil te staan bij hun kind.

Sinds de berichtgeving omtrent deze nieuwe wet, merk ik in mijn bemiddelingspraktijk dat heel wat ouders de vraag naar bilocatie stellen en dit niet altijd vanuit het oogpunt van het kind bekeken. Niet ieder kind is immers gebaat bij een bilocatie. Niet iedere situatie is geschikt voor bilocatie. Denk bijvoorbeeld maar aan ouders die ver van elkaar verwijderd wonen. In mijn praktijk zie ik dat dit soms tot schrijnende situaties lijdt: kinderen die in de kleuterklas ingeschreven worden in 2 scholen en hierdoor een leerachterstand oplopen omdat er geen continuïteit is, kinderen van 4 jaar die 1 uur in de wagen zitten om naar school te gaan, ... Maar vooral de strijd tussen de ex-partners wordt niet gestaakt.

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben absoluut geen tegenstander van bilocatie maar het druist totaal in tegen het gegeven dat iedere situatie anders is. Ouders zouden daarentegen eerder moeten gestimuleerd worden om tot maatwerk te komen, dan om via de rechtbank te gaan strijden. Ouders zouden moeten aangesproken worden vanuit hun ouderrol en gestimuleerd worden om die verblijfsregeling af te spreken die in die concrete situatie, met die concrete ouders en dat specifieke kind de meest gepaste regeling is.

Ja, er zijn rechten en plichten, maar er is ook zorg voor het kind en vanuit zorg voor het kind kan het kind er op langere termijn soms meer mee gebaat zijn dat een recht niet in een conflictueuze situatie wordt opgeëist ...

Sonja Delbeecke - scheidingsbemiddelaar www.dialoog-ieper.be

Naar boven

Co-ouderschap beter voor kind dan verwacht
Datum : 11/03/2000 Het Belang van Limburg
Titel : Co-ouderschap beter voor kind dan verwacht
Een groeiend aantal kinderen leeft in twee gezinnen. Een nieuw, Brits onderzoek beweert dat dit geen slechte zaak is. Twee ouders blijken bijna altijd beter dan een ouder, aldus de studie die professor Carol Smart aan het Centre for Research on Family, Kinship and Childhood aan de universiteit van Leeds voerde. Volgens K.U.Leuven-socioloog Wilfried Dumon zijn er in Vlaanderen over de gevolgen van co-ouderschap op kinderen geen cijfers beschikbaar.

«Het moet behoorlijk vervelend zijn,» vertelde de negenjarige Rosie de onderzoekers van de University of Leeds. «Elke dag hetzelfde doen in één en dezelfde familie.» Rosies opmerking suggereert dat bij co-ouderschap, indien juist geregeld, het kind niet logischerwijze de dupe is.
Rosie leeft de helft van de tijd bij haar vader, de andere helft bij haar moeder. Voordeel van deze regeling is dat het kind niet automatisch een ouder verliest. Voorwaarde is wel dat de afstand tussen de huizen en de school doenbaar is, en dat ondanks de vaak desastreuze financiële gevolgen van een scheiding die financiële situatie in de gezinnen gezond is. Of wordt.

In de lift
Hoewel co-ouderschap in Vlaanderen nog steeds beperkt is - een recent onderzoek zegt bij 7 procent van de echtscheidingen - zit het in de lift. Vooral bij de middenklasse.
Volgende week publiceert het Centre for Research on Family, Kinship and Childhood aan de universiteit van Leeds de onderzoeksresultaten van Carol Smart, Amanda Wade en Bren Neale. De 65 kinderen met co-ouderschap die ze aan de tand voelden, onthulden opmerkelijke pro's en te verwachten contra's aan deze opvoedingspraktijk. Bovendien reageerden ze verbijsterend volwassen op hun situatie en die van hun gescheiden ouders.
De leeftijd van de geïnterviewde kinderen schommelde tussen vier en zeventien jaar. Hoewel ze in uiteenlopende situaties verkeerden - sommigen hielden evenveel van beide ouders, anderen koesterden tegenover een ouder dubieuze gevoelen - verschenen er toch enkele rode draden uit het onderzoek.
Zo vonden de meeste kinderen het belangrijk dat beide ouders zich om hen bekommerden. Kinderen die van kindsbeen af aan van het ene naar het andere huishouden hadden gependeld, vonden dat perfect normaal.

Gerommel
Natuurlijk duiken er in de studie ook minpunten aan het co-ouderschap op. Die spruiten vooral voort uit de ongemakken van het voortdurend heen en weer pendelen. Een nog groter nadeel zijn de strenge regels die één van de ouders aan het kind oplegt. Opmerkingen als 'hij mag dat mooie zomerjasje alleen hier dragen', blijkt kinderen ook een serieuze doorn in het oog.
Verschilt de levensstandaard tussen de twee biotopen ernstig, kan dat ook negatief door de kinderen ervaren worden. Sommige kids klaagden bijvoorbeeld over de beroerde huishoudtalenten van hun vaders.
Dé grote storingsfactor bij co-ouderschap blijkt natuurlijk het voortdurende geruzie tussen de gescheiden ouders. Bij sommige kinderen, zo stelde een eerder onderzoek in de Verenigde Staten vast, kan dat tot loyaliteitsproblemen leiden.

Eerlijk
Verbazingwekkend is het 'morele redeneren' van de kinderen. De meeste kinderen willen zich tegenover beide ouders even eerlijk gedragen, houden met hen rekening en willen dat met hun eisen ook rekening gehouden wordt. Duidelijk is dat ver van passieve toeschouwers, kinderen in een echtscheiding een en ander in de pap te brokken hebben.
De meerderheid van de kinderen vinden het bijvoorbeeld leuk als de overgang naar het andere gezin gescheiden wordt door een dag op school.
Het Leedse onderzoeksteam benadrukt een conclusie sterk: hoewel een scheiding voor kinderen geen pretje is, lijkt er reden om optimistisch te zijn over het leven in een post-scheidingssituatie. Zeker als je de kinderen laat participeren aan de manier waarop ze hun leven moeten leiden.

BRON: Het Belang van Limburg 11-03-2000

Naar boven