Ouderlijk Gezag

Hoe wordt de uitoefening van het ouderlijk gezag over de kinderen bij een echtscheiding geregeld?

Na een echtscheiding wordt het ouderlijk gezag over de kinderen ofwel door beide ouders gezamenlijk uitgeoefend ofwel door degene aan wie ze werden toevertrouwd. Dit kan bepaald zijn in een overeenkomst tussen de partijen die bekrachtigd werd door de rechter, ofwel door een beschikking van de rechter in kort geding. Het belang van het kind heeft altijd voorrang.

Als je scheidt, is het beter om vooraf afspraken te maken over het verblijf van het kind, over de opvoeding en de kosten. De rechter zal het akkoord bekrachtigen, behalve wanneer het indruist tegen de belangen van het kind. Als de partners geen akkoord bereiken, zullen hun advocaten voor de rechtbank over de verdere uitoefening van het ouderlijk gezag moeten pleiten.

De rechter kan beslissen over :

  • de gezamenlijke of exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag. De wet geeft de voorkeur aan de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. In geval van exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag, behoudt de andere ouder een recht van toezicht;
     

  • het omgangsrecht dat toekomt aan de ouder die niet de uitoefening van het het ouderlijk gezag over de persoon verkrijgt;
     

  • de te betalen onderhoudsbijdrage door de ouder bij wie de kinderen niet verblijven.
     

  • De rechter beslist dan in elk geval over plaats waar men de kinderen in het bevolkingsregister inschrijft en over de manier waarop het verblijft wordt geregeld. Alles is mogelijk, van één weekend op 2 bij één van de ouders tot een gelijkmatig verdeeld verblijf.

Om alsnog een akkoord te bereiken, kun je op elk moment van de procedure een beroep doen op een erkend en daartoe opgeleid bemiddelaar (een advocaat, notaris of andere erkende bemiddelaar).
 

OMTRENT OUDERLIJK GEZAG

Sedert 3 juni '95 is de nieuwe reglementering betreffende de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag van kracht. Deze wet van 13.04.95 (BS 24.5.95) wijzigt het Burgerlijk Wetboek betreffende 'het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de kinderen'.
Het uitgangspunt van deze wet steunt op het principe van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders voor de opvoeding van kinderen, ongeacht de echtelijke en/of familiale toestand. Gemakshalve wordt deze nieuwe regeling dan ook de wet op het co-ouderschap genoemd.
Bij deze proberen we de basisprincipes te verduidelijken, maar let wel: juridische beslissingen aangaande uitoefening van ouderlijk gezag of regeling van dit gezag bij feitelijke of wettelijke scheiding van vóór juni '95 blijven onveranderd van kracht.

1 Ouderlijk gezag

De wet van 13.04.95 betreffende het zgn. 'ouderlijk gezag' geldt ten aanzien van Belgische minderjarigen.
Dat betekent automatisch dat meerderjarige en ontvoogde leerlingen zelf alle beslissingsrecht hebben (terwijl voor minderjarigen van vreemde nationaliteit het eigen rechtsstelsel geldt). Concreet wil dat bijvoorbeeld zeggen dat deze leerlingen persoonlijk geïnformeerd moeten worden over de PMS-begeleiding en mogelijkheid tot weigering, en dat zij persoonlijk hulp- of adviesvrager zijn en niet hun ouders.

2 Co-ouderschap...

In het Burgerlijk Wetboek staat voortaan uitdrukkelijk dat ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, en dit zowel wanneer ze samenleven (art. 372) als wanneer ze niet samenleven (art. 374).
In diezelfde artikels staat ook ingeschreven dat er t.a.v. derden een vermoeden bestaat dat de beslissingen en handelingen die de ene ouder stelt, de instemming wegdragen van de andere ouder.
Dat betekent bijvoorbeeld dat als één van beide ouders een specifieke hulpvraag aan het PMS-team stelt, ervan mag worden uitgegaan dat de andere ouder mede hulpvrager is. Het omgekeerde is echter evenzeer waar: als één ouder de PMS-begeleiding weigert, geldt dat ook voor de andere.
Vooral in situaties waarin ouders niet samenleven, maakt dat vermoeden van gezamenlijk handelen de wet zeer werkbaar: je hoeft je als PMS-begeleider niet steeds af te vragen of deze of gene door één ouder gevraagde tussenkomst voor een leerling wel mag van de andere ouder.
Ook m.b.t. het meedelen van begeleidings- of testresultaten, studiekeuze-adviezen e.d. volstaat het die mee te delen aan of te bespreken met één ouder. Gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag veronderstelt namelijk onderlinge communicatie en overleg tussen de ouders, ook als ze niet (meer) samenleven. Toch willen we erop wijzen dat dit voor de PMS-medewerker geen excuus voor nonchalance kan betekenen: het 'vermoeden van instemming' bestaat enkel t.a.v. derden die te goeder trouw zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat, als de PMS-medewerker weet dat de ouders verschillen van zienswijze over de opvoeding van de kinderen (bijvoorbeeld uit vroegere tussenkomsten, uit ervaringen met broers of zussen, uit gezinsvragenlijsten ...), hij bij voorkeur werkt o.b.v. de uitdrukkelijke instemming van de beide ouders.

3... of toch geen co-ouderschap?

We schetsen hierboven de algemene regel van het co-ouderschap. De realiteit toont echter aan dat een gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag niet steeds probleemloos verloopt. De wetgever houdt hiermee rekening en bepaalt mogelijkheden om het principe van co-ouderschap (in meerdere of mindere mate) te doorbreken:

a) Wanneer ouders samenleven maar niet wederzijds instemmen met bepaalde beslissingen, kan één van de ouders de zaak bij de jeugdrechtbank aanhangig maken. De rechter kan dan aan één ouder alleen de toestemming verlenen om bepaalde handelingen te stellen (art. 373 BWB).

b) Als de ouders niet (meer) samenleven en er rijzen problemen aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag, dan kan de rechter (volgens art. 374 BWB):
- ofwel bepalen voor welke specifieke handelingen nog instemming van beide ouders nodig is, terwijl voor het overige een van de ouders alleen verantwoordelijk is;
- ofwel het ouderlijk gezag exclusief aan een van de ouders toekennen. In dit geval staat uitdrukkelijk in de wet ingeschreven dat 'De ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, behoudt het recht om toezicht te houden op de opvoeding van het kind. Hij kan bij de andere ouder of bij derden alle nuttige informatie hieromtrent inwinnen en zich in het belang van het kind tot de jeugdrechtbank wenden.'.

Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat de ouder die geen ouderlijk gezag uitoefent, recht heeft op informatie over geplande PMS-activiteiten t.a.v. zijn kind, maar ook over onderzoeksresultaten, studiekeuzeadviezen e.d.m. Ons inziens hoeft het initiatief in deze niet van de PMS-medewerker uit te gaan, maar wanneer een dergelijke ouder de vraag stelt, heeft die krachtens dit wetsartikel wel recht op inhoudelijke informatie.
Hoewel we dit recht op toezicht als een logisch recht van elke ouder kunnen beschouwen, kan dat de PMS-medewerker (of breder: elke hulpverlener die met vertrouwelijke en persoonsgebonden gegevens moet omgaan) in een lastig deontologisch parket brengen.

4 Een casus als toemaatje

Een moeder neemt contact met een PMS-medewerker met de vraag haar zoontje, dat lager onderwijs volgt, 'te laten testen om naar het BLO te gaan'. Volgens de op het PMS-centrum gangbare procedure wordt een afspraak gemaakt voor een grondig gesprek met de ouders voor tot welk testonderzoek dan ook over te gaan. Moeder komt alleen op de afspraak; sedert een zestal maanden woont ze niet meer samen met de vader van haar zoontje. Daar ze ongehuwd waren, was de scheiding zonder veel administratieve en juridische verwikkelingen gegaan. Er was gewoon overeengekomen dat het kind bij moeder zou verblijven en dat vader minstens elk weekend contact met zijn zoontje kon hebben, maar evengoed ook op andere tijdstippen als dat beter paste.
Tijdens het gesprek blijkt dat moeder niet wil dat vader op de hoogte gebracht wordt van een eventueel testonderzoek, en al helemaal niet van de resultaten of het eraan gekoppeld advies.
Reden daartoe is dat vader - zo zegt moeder - helemaal niet wil inzien dat zijn zoontje moeite heeft om te volgen op school en dat hij a priori tegen een overgang naar BLO zou zijn.

Enkele bedenkingen:

a) Is hier sprake van een co-ouderschap tussen niet samenlevende ouders?
Ons inziens wel: omdat de scheiding van de ouders recent is en blijkbaar zonder rechterlijke beschikking aangaande een exclusief ouderlijk gezag, kan ervan uitgegaan worden dat het om een situatie van co-ouderschap gaat.

b) Kun je ingaan op de wens van moeder om de vader niet in te lichten?
Gezien het algemeen gesteld principe zou je kunnen veronderstellen dat hier het vermoeden van instemming (met het PMS-onderzoek) vanwege de vader speelt. Aanvankelijk lijkt een persoonlijk gesprek met de vader dan ook niet noodzakelijk. Maar dan brengt moeder aan dat vader met haar van mening verschilt over de schoolse prestaties van hun zoontje. Je kunt eigenlijk ook aanvoelen dat moeders vraag naar 'geheimhouding' ingegeven is door het idee dat vader niet akkoord zou gaan met een overgang naar BLO en wellicht zelfs niet met een PMS-onderzoek. Zich in deze dan nog willen baseren op het vermoeden van instemming getuigt o.i. niet meer van goede trouw.
Een gesprek met vader dringt zich dus toch wel op alvorens verdere stappen te ondernemen.

c) Worden de eventuele testresultaten aan vader meegedeeld?

Als uiteindelijk beide ouders instemmen met testonderzoek, is het logisch dat zij beiden ook de resultaten en het advies kennen.
Zoals hoger reeds geschreven, veronderstelt co-ouderschap degelijke onderlinge communicatie; juridisch zou je dus kunnen volstaan om de resultaten aan moeder (als initiële hulpvrager) mee te delen, die ze dan op haar beurt met vader bespreekt. In de praktijk lijkt het ons aannemelijker om in de voorafgaandelijke gesprekken hierover afspraken te maken en desnoods met beide ouders (al dan niet samen) de resultaten te bespreken.
In de veronderstelling dat de resultaten alleen aan de moeder worden meegedeeld en dat zij ze niet doorgeeft aan de vader, dan heeft deze laatste het recht ze rechtstreeks bij de PMS-medewerker op te vragen (beginsel van recht op toezicht). Dat zou zelfs ook zo zijn als er exclusief hoederecht voor de moeder zou bestaan.

©opyright Caleidoscoop