| Huwelijksvermogenstelsel - |
|
|
|
Het bestuur en beheer van het gemeenschappelijk vermogen in het wettelijk stelsel Verhaalbaarheid van de schulden Afwijken van de regels van het wettelijk stelsel Het stelsel van scheiding van goederen Het stelsel van de algehele gemeenschap
3. ERFRECHT |
| (ECHT)SCHEIDING |
|
Stel dat u in gemeenschap van goederen getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. In deze situatie moet u bij scheiding de waarde van het huis gelijk verdelen. Een van u beiden kan natuurlijk beslissen in het huis te willen blijven wonen. Maar dan moet diegene wel genoeg geld hebben om alleen de hypotheek op te brengen en de ander uit te kopen. Is dat geld er niet, dan is de verkoop van het huis onvermijdelijk. Hiermee wordt de hypotheek afgelost en de winst of het verlies erop verdeelt u onderling.
Kinderen Staat het huis op beider naam, maar er is onenigheid over de vraag wie er in het huis mag blijven wonen? Dan wijst de rechter in de praktijk meestal de woning toe aan de partner bij wie de kinderen blijven wonen, als die er tenminste zijn.
Openbare Verkoop (Veiling) De rechter kan in het uiterste geval de verkoop van het huis ook afdwingen. Een openbare veiling is dan het gevolg. Een verkoop op deze manier levert meestal minder op en de kosten zijn hoger. Als geen van de partners in de woning wil of kan blijven wonen, dan vindt vaak een notarieel vastgelegde boedelverdeling plaats. Daarin wordt ook de waarde van het huis opgenomen, waarna een verdeling kan worden afgesproken die is gebaseerd op de opbrengst als het wordt verkocht.
|
| Boedelbeschrijving |
|
De boedelbeschrijving heeft tot doel de omvang van de huwelijksgemeenschap of de onverdeeldheid die tussen de echtgenoten bestaat, vast te stellen.
De echtgenoten zijn niet verplicht een boedelbeschrijving op te maken. Wensen zij dit wel, dan moet dit bij notariële akte gebeuren.
Eigen goederen of schulden moeten niet worden opgenomen in de boedelbeschrijving. De schulden van beide echtgenoten en de eventuele onderlinge vergoedingen moeten wel worden opgegeven.
Deze opgave moet volledig en correct gebeuren. Zij moeten ook de eed afleggen over de juistheid van hun verklaringen. Alhoewel niet vereist, kan de boedelbeschrijving toch nuttig zijn om een volledige en sluitende overeenkomst op te stellen. Wanneer de echtgenoten reeds geruime tijd een afzonderlijke woning betrekken, ligt het minder voor de hand nog een boedelbeschrijving op te stellen. |
|
In de regelingsakte maken de echtgenoten een overeenkomst over familiale en materiële aangelegenheden.
De regelingsakte bevat onder meer:
Wat de personen betreft:
Wat de goederen betreft: in de akte wordt een regeling opgenomen omtrent: activa:
passiva:
De notaris heeft naast zijn functie van openbaar ambtenaar een vertrouwensfunctie: hij is vertrouwd met het familierecht en bemiddelt onpartijdig tussen de echtgenoten. Hij wijst de echtgenoten op hun aanspraken en op de gevolgen van de door hen afgesloten verbintenissen. De notaris helpt bij de precieze redactie van de gemaakte overeenkomst.
Bij overdracht van onroerende goederen is de notariële akte trouwens verplicht omdat deze akte moet worden overgeschreven op het hypotheekkantoor.
De notaris zorgt voor de precieze redactie van de verbintenissen inzake onderhoudsgeld verschuldigd aan een echtgenoot en/of voor de kinderen.
|
| HUWELIJK |
| Het wettelijk stelsel |
|
Elk gehuwd paar is
onderworpen aan een huwelijksvermogensstelsel. Het is ondenkbaar dat
er echtparen zouden bestaan voor wie niet uitgemaakt kan worden of
een goed nu aan één van de echtgenoten of aan beiden toebehoort.
Daarom zullen echtgenoten die geen huwelijkscontract gesloten hebben,
vanaf de dag van hun burgerlijk huwelijk onderworpen zijn aan het
wettelijk stelsel.
Erg vereenvoudigd kan men zeggen dat het wettelijk stelsel door vier basisregels beheerst wordt.
EIGEN ZIJN alle goederen die men bezit voor het huwelijk, bv. de auto van de ene echtgenoot, de gelden op zijn spaarrekening, de bouwgrond die hij aankocht voor het huwelijk; het erfdeel dat de andere echtgenoot reeds bezit ten gevolge van het overlijden van zijn vader vóór het huwelijk, het kapsalon dat hij reeds uitbaatte bij het aangaan van het huwelijk. Ook eigen blijven de schulden die men reeds had voor het aangaan van het huwelijk.
EIGEN ZIJN alle goederen verworven via een nalatenschap of via een schenking. Ook de schulden die drukken op erfenissen of schenkingen, zijn eigen schulden.
GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle inkomsten, zowel beroepsinkomsten (lonen, wedden, werkloosheidsuitkeringen, ...) als inkomsten uit eigen goederen. Voorbeelden van inkomsten uit eigen goederen: huurgelden van een eigen woning, b.v. van de woning die geërfd werd; interesten van obligaties die men reeds voor het huwelijk bezat.
GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze het eigendom zijn van één van de echtgenoten. Alle gemeenschappelijke goederen vormen samen het gemeenschappelijk vermogen. |
|
Hoe bewijzen echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren? |
|
Hierboven werd gezegd dat goederen waarvan de echtgenoot/echtgenote niet kan bewijzen dat ze van hem/haar zijn, geacht worden tot de huwelijksgemeenschap te behoren. Wenst men iets voor zichzelf te houden, dan moet men kunnen bewijzen dat het een eigen goed is. Het bewijs dat iets van de ene dan wel de andere echtgenoot is, zal vooral van belang zijn bij echtscheiding omdat dan de gemeenschappelijke goederen worden verdeeld. Goederen die eigendom zijn van één van de echtgenoten worden niet verdeeld. Elke echtgenoot behoudt zijn eigen goederen.
Ook als schuldeisers van één van de echtgenoten beslag komen leggen, is het zeer belangrijk dat elke echtgenoot kan aantonen welke goederen van de ene of andere partner zijn.
Ten slotte is dit ook van belang bij het overlijden van één van de partners. De eigen goederen van de overleden echtgenoot vererven aan zijn of haar erfgenamen. De gemeenschappelijke goederen moeten in principe in gelijke helften verdeeld worden tussen de erfgenamen van de eerstoverledene en die van de langstlevende echtgenoot.
BEWIJSREGELS Het is daarom niet zonder belang dat men kan bewijzen dat goederen persoonlijke eigendom zijn. De bewijsregels bepalen hoe de echtgenoten kunnen aantonen welke goederen van elk van hen zijn en welke hen beiden toebehoren.
OPSOMMING IN HET HUWELIJKSCONTRACT In het huwelijkscontract kan opgesomd worden welke goederen elk van de partners bezit op het ogenblik van het aangaan van het huwelijk. Het huwelijkscontract zelf vormt dan het bewijs. Het huwelijkscontract kan nooit verloren gaan; het origineel exemplaar wordt door uw notaris bewaard en daarvan kan altijd een afschrift verkregen worden.
Alle meubelen worden geacht gemeenschappelijk bezit te zijn, ook die meubelen waarvan men een factuur heeft op naam van één van de echtgenoten.
Bij echtelijke conflicten komt het meermaals voor dat men met behulp van een factuur wil aantonen dat men bepaalde goederen in uitsluitende eigendom heeft.
Indien deze factuur dateert van tijdens het huwelijk, zal deze geenszins het bewijs vormen dat het goed eigendom is van de persoon op wiens naam de factuur staat. Men gaat er immers vanuit dat de factuur betaald werd met inkomsten. Inkomsten zijn gemeenschappelijke gelden in het WETTELIJK STELSEL. Goederen die men met gemeenschappelijke gelden heeft aangekocht behoren tot het gemeenschappelijk vermogen.
Heeft men echter eigen geld, bijvoorbeeld van een erfenis, dan kan dat geërfd geld besteed zijn, wederbelegd zijn in bijvoorbeeld een schilderij. In dat geval en in de veronderstelling dat kan aangetoond worden dat bedoeld schilderij gekocht werd met die eigen - geërfde - gelden zal het schilderij een eigen goed zijn van die echtgenoot. Het is in wederbelegging van eigen geld gekocht.
Wenst men een grond, een huis of een ander onroerend goed in wederbelegging als eigen goed aan te kopen, dan is het absoluut noodzakelijk dat dit in de notariële aankoopakte vermeld wordt. Is dat niet gebeurd, dan kan dat onroerend goed niet als een eigen goed beschouwd worden. Breng uw notaris tijdig op de hoogte van uw bedoeling.
Is het geld op mijn bankrekening niet mijn eigen geld? Indien u zonder huwelijkscontract gehuwd bent, is dit geld inderdaad niet van u alleen! Het is het geld van u en van uw echtgenoot of echtgenote. Wat eerder gezegd werd over de facturen op naam van één van de echtgenoten, moet eveneens toegepast worden op de bank- en spaarrekeningen die op naam van één van beiden staan. Op de rekeningen van de echtgenoten zullen naar alle waarschijnlijkheid voor het overgrote deel de inkomsten van de echtgenoten gestort worden.
Ongeacht of op de rekening van de ene echtgenoot zijn of haar loon gestort wordt en op de rekening van de andere partner diens loon, toch zullen de gelden op die beide afzonderlijke rekeningen gemeenschappelijk zijn. Bij echtscheiding en bij overlijden zullen beide rekeningen bij helften verdeeld moeten worden. Het spreekt vanzelf dat ook de rekening op naam van beide echtgenoten aan dat regime onderworpen is. |
|
Het bestuur en beheer van het gemeenschappelijk vermogen in het wettelijk stelsel |
|
Elk van de echtgenoten is baas over zijn eigen goederen. Daarop bestaat echter één belangrijke uitzondering: de gezinswoning kan nooit door één echtgenoot verkocht of met hypotheek bezwaard worden, zonder de instemming van de andere echtgenoot.
Het gemeenschappelijk vermogen wordt door beide echtgenoten op een gelijke manier beheerd. Zij kunnen dus afzonderlijk optreden om de gemeenschap te verbinden. Voor gewichtige zaken zullen beide echtgenoten moeten optreden (vb. een lening aangaan). Dat wil niet zeggen dat u voor elke betaling, voor elke aankoop steeds samen moet ondertekenen. Dagdagelijkse handelingen kunnen de echtgenoten elk afzonderlijk stellen. Men veronderstelt dat de andere echtgenoot ermee akkoord gaat. Voor belangrijke handelingen, zoals een hypotheeklening aangaan, een woning of grond kopen, een lening op afbetaling sluiten, moet u wel samen ondertekenen. Tekent in zulk geval slechts één echtgenoot, dan kan de andere dit contract laten vernietigen.
UITZONDERING : de echtgenoot die een beroep uitoefent, kan alle daartoe noodzakelijke handelingen alleen stellen. Hij of zij kunnen binnen het kader van hun beroepsbezigheden, zonder toestemming van de andere echtgenoot afbetalingskredieten aangaan, een inschrijving laten nemen op zijn/haar handelszaak, enz. Oefenen beide echtgenoten gezamenlijk eenzelfde bedrijvigheid uit, dan moeten ze wél samen beslissen. |
| Verhaalbaarheid van de schulden |
|
Als mijn echtgenoot schulden maakt, kunnen de schuldeisers dan al onze gemeenschappelijke goederen in beslag nemen of slechts de helft ervan? Kan men ook mijn goederen in beslag nemen of blijven deze buiten schot? Zoals vermoed wordt in het wettelijk stelsel dat alle goederen gemeenschappelijk zijn, zo wordt ook voor de schulden verondersteld dat ze gemeenschappelijk zijn.
Alle schulden waarvoor de echtgenoten samen tekenen zijn gemeenschappelijke schulden. Maar ook schulden die slechts door één echtgenoot aangegaan worden, kunnen gemeenschappelijke schulden zijn. Zo zijn alle schulden die gemaakt worden in het belang van het gezin en van het huishouden, gemeenschappelijk.
Voorbeelden van dergelijke gemeenschappelijke schulden zijn:
|
|
Alles wat hiervoor gezegd werd, geldt voor echtgenoten die zonder contract gehuwd zijn. Door een huwelijkscontract op te stellen kan men van de regels afwijken. U kunt wat u niet zint vervangen door andere regels.
INBRENG VAN EEN EIGEN ONROEREND GOED Wanneer één van de aanstaande echtgenoten eigenaar is van een perceel bouwgrond waarop het toekomstig koppel samen een woning zal bouwen, is het raadzaam een contract te sluiten. In dat contract kunt u overeenkomen dat het perceel bouwgrond een gemeenschappelijk bezit wordt. Immers indien de bouwgrond eigendom blijft van één partner, zal onvermijdelijk de woning die daarop gebouwd wordt ook enkel toebehoren aan de echtgenoot van wie de grond is. Het feit dat deze woning betaald wordt met gelden van beide echtgenoten, verandert daaraan niets. Daarom is een huwelijkscontract in dat geval ten zeerste aan te raden.
BEDING VAN TERUGNAME BIJ ECHTSCHEIDING Als één van de aanstaande echtgenoten zijn of haar bouwgrond in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht, heeft dit als gevolg dat bij echtscheiding deze grond tussen beide partners verdeeld wordt. Dit wenst men niet altijd. Immers in ons voorbeeld werd de bouwgrond betaald met gelden van de ene echtgenoot alleen, hij was immers gekocht voor het huwelijk. Als het dan tot een echtscheiding komt, is het des te pijnlijker dat die zijn grond voor de helft verliest.
Om daaraan te verhelpen kan men in het huwelijkscontract een clausule opnemen, die bepaalt dat bij echtscheiding de waarde van de bouwgrond, die gemeenschappelijk gemaakt werd, volledig en alleen toekomt aan de partner die hem inbracht. Dit zijn twee clausules die het WETTELIJK STELSEL wijzigen. Men stelt een huwelijkscontract op waarin men kiest voor het wettelijk stelsel maar men wijzigt enkele bepalingen. |
|
In tegenstelling tot het wettelijk stelsel dat drie vermogens telt, kent het stelsel van scheiding van goederen slechts twee vermogens:
Een gemeenschappelijk vermogen bestaat niet in dit stelsel. Dit wil niet zeggen dat echtgenoten die met scheiding van goederen gehuwd zijn, niets samen kunnen bezitten. De goederen die ze samen hebben, zijn echter niet gemeenschappelijk, ze zijn wel onverdeeld. Tussen onverdeelde goederen en gemeenschappelijke goederen bestaat een essentieel juridisch verschil. Uw notaris kan u hierover inlichten.
In een stelsel van scheiding van goederen blijven de echtgenoten financieel volledig onafhankelijk van elkaar. Het inkomen van de ene echtgenoot blijft van hem of haar,het inkomen van de andere echtgenoot blijft van hem of haar. De vermogens vermengen zich niet met elkaar, ze blijven gescheiden.
BEWIJSREGELS EN EIGENDOMSVERMOEDENS Ook wat de bewijsregels betreft, functioneert het stelsel van scheiding van goederen volledig anders dan het wettelijk stelsel. In dit stelsel zullen de gelden op de bankrekening van de ene echtgenoot volledig en alleen toebehoren aan die ene, die van de andere echtgenoot volledig eigendom zijn van die andere echtgenoot. De wagen die ingeschreven staat op naam van de ene echtgenoot, behoort hem of haar alleen toe. Hetzelfde geldt voor de meubelen en andere zaken die men tijdens het huwelijk aankoopt. Indien de aangekochte goederen betaald werden door één van de echtgenoten zullen deze goederen die echtgenoot toebehoren.
Aankopen waarvan geen facturen bestaan, of waarvan men op geen andere manier kan bewijzen dat ze persoonlijke eigendom zijn, worden vermoed voor de helft toe te behoren aan elk van beide echtgenoten. Bij echtscheiding of overlijden zullen enkel die onverdeelde goederen verdeeld moeten worden. De goederen die op naam staan van de ene of van de andere echtgenoot moeten niet verdeeld worden, zij blijven toebehoren aan die echtgenoot op wiens naam ze staan.
Wat indien één van de echtgenoten geen inkomen heeft? Vermits in het stelsel van scheiding van goederen, het beroepsinkomen van elk van de echtgenoten van hem/haar zelf blijft, kan er een onevenwicht ontstaan indien één van de echtgenoten geen beroepsinkomen heeft. Denken we maar aan de situatie van de "man of vrouw aan de haard".
Deze echtgenoot heeft geen inkomen en beschikt dan ook niet over eigen gelden. Bijgevolg kan hij of zij ook geen goederen voor zichzelf verwerven. Indien er niets geregeld wordt bezit deze niets. Bijzonder pijnlijk kan dat worden bij echtscheiding of bij overlijden van één van hen.
Daarom wordt in een huwelijkscontract van scheiding van goederen dikwijls opgenomen dat in zulk geval de verdienende partner zijn inkomen moet delen. In de praktijk doet men dat door het overhevelen van gelden van de bankrekening van de ene echtgenoot naar die van de andere echtgenoot, of nog door een rekening te openen op naam van beide echtgenoten. De gelden op die rekening behoren voor de helft toe aan elk van de echtgenoten.
In een huwelijkscontract van scheiding van goederen kan de regel worden opgenomen dat de aankopen op naam van beide echtgenoten gedaan ook de twee zullen toebehoren, ongeacht wie ervoor betaalde.
BESTUUR EN BEHEER Het inkomen van elk van de echtgenoten blijft van elk van hen. Dit wil zeggen dat ze vrij over die inkomsten kunnen beschikken en dat ze vrij en zonder toestemming van de andere echtgenoot kunnen aankopen doen, lenen enz. Wel is het zo dat elk van de echtgenoten vooreerst de plicht heeft om in evenredigheid met zijn vermogen, bij te dragen in de kosten van het huishouden. Elk van de echtgenoten kan in eigen naam een lening aangaan, een krediet op afbetaling afsluiten, een woning en/of een grond kopen. In het wettelijk stelsel moet men al deze zaken samen beslissen. Het stelsel van scheiding van goederen biedt een bijna volledige financiële onafhankelijkheid van de echtgenoten t.o.v. elkaar.
SCHULDEN EN VERHAALBAARHEID De schulden aangegaan door de ene echtgenoot, kunnen enkel verhaald worden op zijn goederen. De andere echtgenoot kan niet verplicht worden mee te betalen voor deze schulden en diens eigen goederen kunnen niet aangeslagen worden.
Indien de echtgenoten echter samen een schuld aangaan, zullen ze beiden aangesproken kunnen worden. In dat geval kunnen de goederen van beide echtgenoten in aanmerking komen voor beslaglegging.
BEVOORDELING VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT BIJ SCHEIDING VAN GOEDEREN:MINDER RUIME MOGELIJKHEDEN In een stelsel van scheiding van goederen kan men door bedingen van aanwas aan de langstlevende de totaliteit van onverdeelde goederen laten toekomen. Men kan in het huwelijkscontract een schenking aan de langstlevende der echtgenoten opnemen. Vermits men hetzelfde resultaat bereikt met een testament of met een schenking buiten het huwelijkscontract om, wordt dit laatste meestal aangeraden. De schenking in het huwelijkscontract is immers niet eenzijdig herroepbaar wat bijzonder onaangenaam kan zijn indien men in echtelijke moeilijkheden komt.
Anderzijds is het in een stelsel van scheiding van goederen wel mogelijk om vrij de bezittingen tussen de echtgenoten te verdelen. Datgene wat op naam staat van de langstlevende moet bij overlijden niet verdeeld worden, het blijft van de langstlevende. Wat op naam staat van de eerststervende wordt geërfd (door de kinderen / door de ouders, broers en zusters van de eerstoverledene). |
|
Zoals de benaming het reeds aangeeft, is in dit stelsel alles gemeenschappelijk. Ongeacht de wijze waarop de goederen verkregen werden, zullen ze steeds samen toebehoren aan beide echtgenoten. Bij ontbinding van het stelsel (echtscheiding of overlijden) zal alles verdeeld worden.
In het stelsel van de algehele gemeenschap heeft het geen enkel belang wie iets gekocht of betaald heeft, op wiens naam de bankrekening staat, op wiens naam de factuur staat, of men de goederen reeds bezat voor het huwelijk of tijdens het huwelijk gekocht heeft: alles is gemeenschappelijk.
Het feit dat alles verdeeld moet worden, komt vooral bij echtscheiding soms als hard en onrechtvaardig over. De ene echtgenoot die van zijn ouders een woning en een som geld geërfd heeft, zal niet verheugd zijn indien hij deze goederen voor de helft 'cadeau' moet doen aan de andere echtgenoot, van wie hij of zij gescheiden is omdat hij of zij ontrouw was! Doch dat is de werking van het stelsel van de algehele gemeenschap; het is dan ook slechts uitzonderlijk dat voor dit stelsel wordt gekozen.
BEVOORDELING VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT/ECHTGENOTE
Het stelsel van algehele gemeenschap biedt zeer ruime kansen om de langstlevende echtgenoot veilig te stellen tegen aanspraken van de kinderen. Zoals in het wettelijk stelsel kan men bedingen van ongelijke verdeling of voorafname inbouwen. Vermits alle goederen tot de gemeenschap behoren, kunnen dus alle goederen het voorwerp uitmaken van een bevoordelingsbeding (in een wettelijk stelsel kan men geen bevoordeling uitwerken met betrekking tot de eigen goederen).
Bron: © 2006 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be |
| ERFRECHT |
| Afschaffing successierechten voor langstlevende partner |
Vanaf
1 januari 2007 moet de langstlevende partner geen successierechten
meer betalen op de gezinswoning. Dat staat in een ontwerpdecreet dat
woensdag unaniem door het Vlaams Parlement is goedgekeurd. De
maatregel geldt zowel voor gehuwden als samenwonenden en ook voor
broers en zussen die al drie jaar onder één dak wonen.Bij het overlijden van een van de partners moet de langstlevende partner nog successierechten betalen op de gezinswoning, ook al blijft die daar verder wonen. Die successierechten kunnen hoog oplopen, waardoor sommigen zelfs de woning moeten verkopen om dit bedrag te betalen. Op het einde van vorige legislatuur werd al gepleit om die "belasting op tegenslag" of "taks op verdriet" af te schaffen. Volgens Vlaams minister van Financiën Dirk Van Mechelen wordt met de regeling "een manifest onbillijke situatie rechtgezet" en gaat het om "een belangrijke stap in de verdere humanisering van de successierechten". De maatregel is ook een fiscale stimulans voor eigendomsverwerving, benadrukt de VLD-minister. "Wat voor mij zo essentieel is aan dit decreet, is het brede maatschappelijke draagvlak. Uit de talloze reacties die we hierover ontvangen, blijkt dat dit decreet tegemoetkomt aan een bekommernis van zowat alle Vlamingen om bij het overlijden van een dierbare partner het leed niet nog eens bijkomend en onnodig te verzwaren", verduidelijkt Van Mechelen. Door de maatregel zou de Vlaams overheid jaarlijks wel zo'n 45 miljoen euro aan inkomsten mislopen. Bron De Morgen 05-07-2006 (vrw) Belga Voor meer info over erfrecht : www.notaris.be |