Huwelijksvermogenstelsel -

Een echtscheidingsprocedure brengt een hoop pijnlijke beslissingen met zich mee. Ook over de woning zullen beslissingen moeten worden genomen. Kunt u of uw partner in het huis blijven wonen?
Het is belangrijk hiervoor voldoende kennis te hebben over het huwelijksvermogenstelsel. Daarover vndt u op deze pagina een beknopte samenvatting.


1- ECHTSCHEIDING

Wat gebeurt er met de koopwoning na echtscheiding?
Boedelbeschrijving
Regelingsakte


2- HUWELIJK
Het wettelijk stelsel

Hoe bewijzen echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren?

Het bestuur en beheer van het gemeenschappelijk vermogen in het wettelijk stelsel

Verhaalbaarheid van de schulden

Afwijken van de regels van het wettelijk stelsel

Het stelsel van scheiding van goederen

Het stelsel van de algehele gemeenschap

 

3. ERFRECHT
Afschaffing successierechten voor langstlevende partner


(ECHT)SCHEIDING

Wat gebeurt er met de woning na echtscheiding?

Verdeling

Stel dat u in gemeenschap van goederen getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. In deze situatie moet u bij scheiding de waarde van het huis gelijk verdelen. Een van u beiden kan natuurlijk beslissen in het huis te willen blijven wonen. Maar dan moet diegene wel genoeg geld hebben om alleen de hypotheek op te brengen en de ander uit te kopen. Is dat geld er niet, dan is de verkoop van het huis onvermijdelijk. Hiermee wordt de hypotheek afgelost en de winst of het verlies erop verdeelt u onderling.

 

Kinderen

Staat het huis op beider naam, maar er is onenigheid over de vraag wie er in het huis mag blijven wonen? Dan wijst de rechter in de praktijk meestal de woning toe aan de partner bij wie de kinderen blijven wonen, als die er tenminste zijn.

 

Openbare Verkoop (Veiling)

De rechter kan in het uiterste geval de verkoop van het huis ook afdwingen. Een  openbare veiling is dan het gevolg. Een verkoop op deze manier levert meestal minder op en de kosten zijn hoger. Als geen van de partners in de woning wil of kan blijven wonen, dan vindt vaak een notarieel vastgelegde boedelverdeling plaats. Daarin wordt ook de waarde van het huis opgenomen, waarna een verdeling kan worden afgesproken die is gebaseerd op de opbrengst als het wordt verkocht.


Aansprakelijkheid voor hypotheekschuld

Als een van de twee eigenaar blijft, dan moet degene die geen eigenaar meer is ervoor zorgen dat zijn aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld vervalt. Als u een extra hypotheek nodig heeft voor de onderlinge verrekening, moet u wel naar de notaris voor een nieuwe hypotheekakte

Terug naar index

Boedelbeschrijving

De boedelbeschrijving heeft tot doel de omvang van de huwelijksgemeenschap of de onverdeeldheid die tussen de echtgenoten bestaat, vast te stellen.

 

De echtgenoten zijn niet verplicht een boedelbeschrijving op te maken. Wensen zij dit wel, dan moet dit bij notariële akte gebeuren.

 

Eigen goederen of schulden moeten niet worden opgenomen in de boedelbeschrijving. De schulden van beide echtgenoten en de eventuele onderlinge vergoedingen moeten wel worden opgegeven.

 

Deze opgave moet volledig en correct gebeuren. Zij moeten ook de eed afleggen over de juistheid van hun verklaringen.

 

Alhoewel niet vereist, kan de boedelbeschrijving toch nuttig zijn om een volledige en sluitende overeenkomst op te stellen. Wanneer de echtgenoten reeds geruime tijd een afzonderlijke woning betrekken, ligt het minder voor de hand nog een boedelbeschrijving op te stellen.

Terug naar index

Regelingsakte

 In de regelingsakte maken de echtgenoten een overeenkomst over familiale en materiële aangelegenheden.

 

De regelingsakte bevat onder meer:

 

Wat de personen betreft:

  • de vermelding van de verblijfplaats van beide echtgenoten gedurende de procedure;

  • afspraken over de minderjarige kinderen, hun goederen en het persoonlijk contact met hen en dit zowel gedurende de procedure als na de echtscheiding. De wet kent als uitgangspositie het systeem van de gezamenlijke uitoefening van de bevoegdheden van ouderlijk gezag, zijnde het beheer over de persoon en de goederen van de minderjarige.  Ingeval de ouders het niet eens zijn over belangrijke aspecten van de opvoeding van hun kinderen, kan de uitoefening van het ouderlijk gezag worden opgedragen aan één van de ouders.  De rechter kan te allen tijde een regeling opleggen in het belang van de kinderen. Ouders kunnen kiezen voor het verblijf van hun kinderen; afwisselend bij hen beide of exclusief verblijf bij één van hen met recht op persoonlijk contact voor de andere ouder; ook de verblijfsregeling tijdens weekends en vakantieperiodes wordt nauwkeurig in de akte opgenomen. 

  • afspraken over de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van hun kinderen. Een juiste formulering zal latere betwistingen voorkomen. De bijdrage wordt bij voorkeur per kind bepaald. De ouders bepalen het bedrag van de bijdrage, hoelang de bijdrage verschuldigd blijft, de eventuele verhoging op een bepaalde leeftijd, de eventuele indexatie en de bijzondere tussenkomst voor enkele opgesomde aangelegenheden zoals schoolreizen, medische kosten, enz;

  • de vermelding van het bedrag van de eventuele uitkering te betalen door de ene echtgenoot aan de andere, zowel gedurende de procedure als na de echtscheiding. De afgesproken uitkering blijft in principe ongewijzigd. De echtgenoten dienen de veranderlijkheid (indexatie, verlaging bij werkonbekwaamheid uitkeringsgerechtigde) en de duur (einde bij overlijden van de uitkeringsgerechtigde of uitkeringsplichtige, einde bij nieuw huwelijk of aangaan van een nieuwe relatie door de uitkeringsgerechtigde) uitdrukkelijk in de akte te bepalen;

  • een afspraak over het erfrecht van de echtgenoten ten opzichte van elkaar tijdens de proeftijd.

Wat de goederen betreft: in de akte wordt een regeling opgenomen omtrent:

activa:

  • verdeling van de inboedel en de lichamelijke roerende goederen; ook handelszaak, aandelen, enz.;

  • verdeling van de eventuele schuldvorderingen;

  • pensioensparen en levensverzekeringen ;

passiva:

  • regeling van de schulden zoals lening op afbetaling, lot van de hypothecaire lening, schuldsaldo- en brandverzekeringscontracten;

  • regeling van de te betalen of nog verschuldigde belastingen;

  • regeling van het huurrecht.

  • De opmaak van de regelingsakte in een notariële akte geniet steeds de voorkeur en dit om de volgende redenen:

De notaris heeft naast zijn functie van openbaar ambtenaar een vertrouwensfunctie: hij is vertrouwd met het familierecht en bemiddelt onpartijdig tussen de echtgenoten. Hij wijst de echtgenoten op hun aanspraken en op de gevolgen van de door hen afgesloten verbintenissen. De notaris helpt bij de precieze redactie van de gemaakte overeenkomst.

 

Bij overdracht van onroerende goederen is de notariële akte trouwens verplicht omdat deze akte moet worden overgeschreven  op het hypotheekkantoor.


Dit is dus het geval wanneer:

  • één van de echtgenoten het woonhuis overneemt, eventueel mits betaling van een oplegsom aan de andere echtgenoot;

  • de beide echtgenoten beslissen om niet uit onverdeeldheid te treden wat betreft bijvoorbeeld het woonhuis voor een periode van maximaal vijf jaar (termijn die kan hernieuwd worden).

De notaris zorgt voor de precieze redactie van de verbintenissen inzake onderhoudsgeld verschuldigd aan een echtgenoot en/of voor de kinderen.


Ingeval van niet uitvoering van de verbintenissen door de uitkeringsplichtige echtgenoot kan de andere echtgenoot gebruik maken van het voordeel van de uitvoerbare kracht van de ondertekende notariële akte: hij of zij kan zich in dit geval rechtstreeks wenden tot een gerechtsdeurwaarder, zonder eerst een vonnis te bekomen dat de verzuimende echtgenoot veroordeelt.

Terug naar index

HUWELIJK
Het wettelijk stelsel

Elk gehuwd paar is onderworpen aan een huwelijksvermogensstelsel. Het is ondenkbaar dat er echtparen zouden bestaan voor wie niet uitgemaakt kan worden of een goed nu aan één van de echtgenoten of aan beiden toebehoort. Daarom zullen echtgenoten die geen huwelijkscontract gesloten hebben, vanaf de dag van hun burgerlijk huwelijk onderworpen zijn aan het wettelijk stelsel.

Het WETTELIJK STELSEL verdeelt de goederen van de echtgenoten in drie vermogens:

  • het eigen vermogen van de ene echtgenoot

  • het eigen vermogen van de andere echtgenoot

  • het gemeenschappelijk vermogen.

 

Erg vereenvoudigd kan men zeggen dat het wettelijk stelsel door vier basisregels beheerst wordt.

 

EIGEN ZIJN alle goederen die men bezit voor het huwelijk, bv. de auto van de  ene echtgenoot, de gelden op zijn spaarrekening, de bouwgrond die hij aankocht voor het huwelijk; het erfdeel dat de andere echtgenoot reeds bezit ten gevolge van het overlijden van zijn vader vóór het huwelijk, het kapsalon dat hij reeds uitbaatte bij het aangaan van het huwelijk. Ook eigen blijven de schulden die men reeds had voor het aangaan van het huwelijk.

 

EIGEN ZIJN alle goederen verworven via een nalatenschap of via een schenking. Ook de schulden die drukken op erfenissen of schenkingen, zijn eigen schulden.

 

GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle inkomsten, zowel beroepsinkomsten (lonen, wedden, werkloosheidsuitkeringen, ...) als inkomsten uit eigen goederen. Voorbeelden van inkomsten uit eigen goederen:

huurgelden van een eigen woning, b.v. van de woning die geërfd werd;

interesten van obligaties die men reeds voor het huwelijk bezat.

 

GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze het eigendom zijn van één van de echtgenoten.

Alle gemeenschappelijke goederen vormen samen het gemeenschappelijk vermogen.

Terug naar index

Hoe bewijzen echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren?

Hierboven werd gezegd dat goederen waarvan de echtgenoot/echtgenote niet kan bewijzen dat ze van hem/haar zijn, geacht worden tot de huwelijksgemeenschap te behoren. Wenst men iets voor zichzelf te houden, dan moet men kunnen bewijzen dat het een eigen goed is.

Het bewijs dat iets van de ene dan wel de andere echtgenoot is, zal vooral van belang zijn bij echtscheiding omdat dan de gemeenschappelijke goederen worden verdeeld. Goederen die eigendom zijn van één van de echtgenoten worden niet verdeeld. Elke echtgenoot behoudt zijn eigen goederen.

 

Ook als schuldeisers van één van de echtgenoten beslag komen leggen, is het zeer belangrijk dat elke echtgenoot kan aantonen welke goederen van de ene of andere partner zijn.

 

Ten slotte is dit ook van belang bij het overlijden van één van de partners. De eigen goederen van de overleden echtgenoot vererven aan zijn of haar erfgenamen. De gemeenschappelijke goederen moeten in principe in gelijke helften verdeeld worden tussen de erfgenamen van de eerstoverledene en die van de langstlevende echtgenoot.

 

BEWIJSREGELS

Het is daarom niet zonder belang dat men kan bewijzen dat goederen persoonlijke eigendom zijn. De bewijsregels bepalen hoe de echtgenoten kunnen aantonen welke goederen van elk van hen zijn en welke hen beiden toebehoren.

 

OPSOMMING IN HET HUWELIJKSCONTRACT

In het huwelijkscontract kan opgesomd worden welke goederen elk van de partners bezit op het ogenblik van het aangaan van het huwelijk.

Het huwelijkscontract zelf vormt dan het bewijs. Het huwelijkscontract kan nooit verloren gaan; het origineel exemplaar wordt door uw notaris bewaard en daarvan kan altijd een afschrift verkregen worden.

 

Alle meubelen worden geacht gemeenschappelijk bezit te zijn, ook die meubelen waarvan men een factuur heeft op naam van één van de echtgenoten.

 

Bij echtelijke conflicten komt het meermaals voor dat men met behulp van een factuur wil aantonen dat men bepaalde goederen in uitsluitende eigendom heeft.

 

Indien deze factuur dateert van tijdens het huwelijk, zal deze geenszins het bewijs vormen dat het goed eigendom is van de persoon op wiens naam de factuur staat. Men gaat er immers vanuit dat de factuur betaald werd met inkomsten. Inkomsten zijn gemeenschappelijke gelden in het WETTELIJK STELSEL. Goederen die men met gemeenschappelijke gelden heeft aangekocht behoren tot het gemeenschappelijk vermogen.

 

Heeft men echter eigen geld, bijvoorbeeld van een erfenis, dan kan dat geërfd geld besteed zijn, wederbelegd zijn in bijvoorbeeld een schilderij.

In dat geval en in de veronderstelling dat kan aangetoond worden dat bedoeld schilderij gekocht werd met die eigen - geërfde - gelden zal het schilderij een eigen goed zijn van die echtgenoot. Het is in wederbelegging van eigen geld gekocht.

 

Wenst men een grond, een huis of een ander onroerend goed in wederbelegging als eigen goed aan te kopen, dan is het absoluut noodzakelijk dat dit in de notariële aankoopakte vermeld wordt. Is dat niet gebeurd, dan kan dat onroerend goed niet als een eigen goed beschouwd worden. Breng uw notaris tijdig op de hoogte van uw bedoeling.

 

Is het geld op mijn bankrekening niet mijn eigen geld?

Indien u zonder huwelijkscontract gehuwd bent, is dit geld inderdaad niet van u alleen! Het is het geld van u en van uw echtgenoot of echtgenote. Wat eerder gezegd werd over de facturen op naam van één van de echtgenoten, moet eveneens toegepast worden op de bank- en spaarrekeningen die op naam van één van beiden staan. Op de rekeningen van de echtgenoten zullen naar alle waarschijnlijkheid voor het overgrote deel de inkomsten van de echtgenoten gestort worden.

 

Ongeacht of op de rekening van de ene echtgenoot zijn of haar loon gestort wordt en op de rekening van de andere partner diens loon, toch zullen de gelden op die beide afzonderlijke rekeningen gemeenschappelijk zijn. Bij echtscheiding en bij overlijden zullen beide rekeningen bij helften verdeeld moeten worden. Het spreekt vanzelf dat ook de rekening op naam van beide echtgenoten aan dat regime onderworpen is.

Terug naar index

Het bestuur en beheer van het gemeenschappelijk vermogen in het wettelijk stelsel

Elk van de echtgenoten is baas over zijn eigen goederen. Daarop bestaat echter één belangrijke uitzondering: de gezinswoning kan nooit door één echtgenoot verkocht of met hypotheek bezwaard worden, zonder de instemming van de andere echtgenoot.

 

Het gemeenschappelijk vermogen wordt door beide echtgenoten op een gelijke manier beheerd. Zij kunnen dus afzonderlijk optreden om de gemeenschap te verbinden.

Voor gewichtige zaken zullen beide echtgenoten moeten optreden (vb. een lening aangaan).

Dat wil niet zeggen dat u voor elke betaling, voor elke aankoop steeds samen moet ondertekenen. Dagdagelijkse handelingen kunnen de echtgenoten elk afzonderlijk stellen. Men veronderstelt dat de andere echtgenoot ermee akkoord gaat. Voor belangrijke handelingen, zoals een hypotheeklening aangaan, een woning of grond kopen, een lening op afbetaling sluiten, moet u wel samen ondertekenen. Tekent in zulk geval slechts één echtgenoot, dan kan de andere dit contract laten vernietigen.

 

UITZONDERING : de echtgenoot die een beroep uitoefent, kan alle daartoe noodzakelijke handelingen alleen stellen. Hij of zij kunnen binnen het kader van hun  beroepsbezigheden, zonder toestemming van de andere echtgenoot  afbetalingskredieten aangaan, een inschrijving laten nemen op zijn/haar handelszaak, enz.

Oefenen beide echtgenoten gezamenlijk eenzelfde bedrijvigheid uit, dan moeten ze wél samen beslissen.

Terug naar index

Verhaalbaarheid van de schulden

Als mijn echtgenoot schulden maakt, kunnen de schuldeisers dan al onze gemeenschappelijke goederen in beslag nemen of slechts de helft ervan? Kan men ook mijn goederen in beslag nemen of blijven deze buiten schot?

Zoals vermoed wordt in het wettelijk stelsel dat alle goederen gemeenschappelijk zijn, zo wordt ook voor de schulden verondersteld dat ze gemeenschappelijk zijn.

 

Alle schulden waarvoor de echtgenoten samen tekenen zijn gemeenschappelijke schulden. Maar ook schulden die slechts door één echtgenoot aangegaan worden, kunnen gemeenschappelijke schulden zijn. Zo zijn alle schulden die gemaakt worden in het belang van het gezin en van het huishouden, gemeenschappelijk.

 

Voorbeelden van dergelijke gemeenschappelijke schulden zijn:

  • kosten voor het schilderen of herstellen van de woning;

  • kosten voor het herstellen van de wagen, zelfs al behoort die wagen persoonlijk toe aan een van de echtgenoten;

  • dokters- en ziekenhuiskosten voor een gezinslid.

Voor gemeenschappelijke schulden kunnen niet alleen de gemeenschappelijke goederen, maar ook de eigen goederen van de echtgenoten aangesproken worden. Dus ook de goederen van die echtgenoot die niet mee ondertekend heeft, kunnen voor de terugbetaling van gemeenschappelijke schulden aangeslagen worden

Terug naar index

Afwijken van de regels van het wettelijk stelsel

Alles wat hiervoor gezegd werd, geldt voor echtgenoten die zonder contract gehuwd zijn.

Door een huwelijkscontract op te stellen kan men van de regels afwijken. U kunt wat u niet zint vervangen door andere regels.

 

INBRENG VAN EEN EIGEN ONROEREND GOED

Wanneer één van de aanstaande echtgenoten eigenaar is van een perceel bouwgrond waarop het toekomstig koppel samen een woning zal bouwen, is het raadzaam een contract te sluiten.

In dat contract kunt u overeenkomen dat het perceel bouwgrond een gemeenschappelijk bezit wordt.

Immers indien de bouwgrond eigendom blijft van één partner, zal onvermijdelijk de woning die daarop gebouwd wordt ook enkel toebehoren aan de echtgenoot van wie de grond is. Het feit dat deze woning betaald wordt met gelden van beide echtgenoten, verandert daaraan niets. Daarom is een huwelijkscontract in dat geval ten zeerste aan te raden.

 

BEDING VAN TERUGNAME BIJ ECHTSCHEIDING

Als één van de aanstaande echtgenoten zijn of haar bouwgrond in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht, heeft dit als gevolg dat bij echtscheiding deze grond tussen beide partners verdeeld wordt. Dit wenst men niet altijd. Immers in ons voorbeeld werd de bouwgrond betaald met gelden van de ene echtgenoot alleen, hij was immers gekocht voor het huwelijk. Als het dan tot een echtscheiding komt, is het des te pijnlijker dat die zijn grond voor de helft verliest.

 

Om daaraan te verhelpen kan men in het huwelijkscontract een clausule opnemen, die bepaalt dat bij echtscheiding de waarde van de bouwgrond, die gemeenschappelijk gemaakt werd, volledig en alleen toekomt aan de partner die hem inbracht.

 

Dit zijn twee clausules die het WETTELIJK STELSEL wijzigen. Men stelt een huwelijkscontract op waarin men kiest voor het wettelijk stelsel maar men wijzigt enkele bepalingen.

Terug naar index

Het stelsel van scheiding van goederen

In tegenstelling tot het wettelijk stelsel dat drie vermogens telt, kent het stelsel van scheiding van goederen slechts twee vermogens:

  • het vermogen van de ene echtgenoot;

  • het vermogen van de andere echtgenoot.

Een gemeenschappelijk vermogen bestaat niet in dit stelsel. Dit wil niet zeggen dat echtgenoten die met scheiding van goederen gehuwd zijn, niets samen kunnen bezitten. De goederen die ze samen hebben, zijn echter niet gemeenschappelijk, ze zijn wel onverdeeld.

Tussen onverdeelde goederen en gemeenschappelijke goederen bestaat een essentieel juridisch verschil. Uw notaris kan u hierover inlichten.

 

In een stelsel van scheiding van goederen blijven de echtgenoten financieel volledig onafhankelijk van elkaar. Het inkomen van de ene echtgenoot blijft van hem of haar,het inkomen van de andere echtgenoot blijft van hem of haar. De vermogens vermengen zich niet met elkaar, ze blijven gescheiden.

 

BEWIJSREGELS EN EIGENDOMSVERMOEDENS

Ook wat de bewijsregels betreft, functioneert het stelsel van scheiding van goederen volledig anders dan het wettelijk stelsel. In dit stelsel zullen de gelden op de bankrekening van de ene echtgenoot volledig en alleen toebehoren aan die ene, die van de andere echtgenoot volledig eigendom zijn van die andere echtgenoot.

De wagen die ingeschreven staat op naam van de ene echtgenoot, behoort hem of haar alleen toe. Hetzelfde geldt voor de meubelen en andere zaken die men tijdens het huwelijk aankoopt. Indien de aangekochte goederen betaald werden door één van de echtgenoten zullen deze goederen die echtgenoot toebehoren.

 

Aankopen waarvan geen facturen bestaan, of waarvan men op geen andere manier kan bewijzen dat ze persoonlijke eigendom zijn, worden vermoed voor de helft toe te behoren aan elk van beide echtgenoten.

Bij echtscheiding of overlijden zullen enkel die onverdeelde goederen verdeeld moeten worden. De goederen die op naam staan van de ene of van de andere echtgenoot moeten niet verdeeld worden, zij blijven toebehoren aan die echtgenoot op wiens naam ze staan.

 

Wat indien één van de echtgenoten geen inkomen heeft?

Vermits in het stelsel van scheiding van goederen, het beroepsinkomen van elk van de echtgenoten van hem/haar zelf blijft, kan er een onevenwicht ontstaan indien één van de echtgenoten geen beroepsinkomen heeft. Denken we maar aan de situatie van de "man of vrouw aan de haard".

 

Deze echtgenoot heeft geen inkomen en beschikt dan ook niet over eigen gelden. Bijgevolg kan hij of zij ook geen goederen voor zichzelf verwerven. Indien er niets geregeld wordt bezit deze niets. Bijzonder pijnlijk kan dat worden bij echtscheiding of bij overlijden van één van hen.

 

Daarom wordt in een huwelijkscontract van scheiding van goederen dikwijls opgenomen dat in zulk geval de verdienende partner zijn inkomen moet delen. In de praktijk doet men dat door het overhevelen van gelden van de bankrekening van de ene echtgenoot naar die van de andere echtgenoot, of nog door een rekening te openen op naam van beide echtgenoten. De gelden op die rekening behoren voor de helft toe aan elk van de echtgenoten.

 

In een huwelijkscontract van scheiding van goederen kan de regel worden opgenomen dat de aankopen op naam van beide echtgenoten gedaan ook de twee zullen toebehoren, ongeacht wie ervoor betaalde.

 

BESTUUR EN BEHEER

Het inkomen van elk van de echtgenoten blijft van elk van hen. Dit wil zeggen dat ze vrij over die inkomsten kunnen beschikken en dat ze vrij en zonder toestemming van de andere echtgenoot kunnen aankopen doen, lenen enz. Wel is het zo dat elk van de echtgenoten vooreerst de plicht heeft om in evenredigheid met zijn vermogen, bij te dragen in de kosten van het huishouden.

Elk van de echtgenoten kan in eigen naam een lening aangaan, een krediet op afbetaling afsluiten, een woning en/of een grond kopen.

In het wettelijk stelsel moet men al deze zaken samen beslissen. Het stelsel van scheiding van goederen biedt een bijna volledige financiële onafhankelijkheid van de echtgenoten t.o.v. elkaar.

 

SCHULDEN EN VERHAALBAARHEID

De schulden aangegaan door de ene echtgenoot, kunnen enkel verhaald worden op zijn goederen. De andere echtgenoot kan niet verplicht worden mee te betalen voor deze schulden en diens eigen goederen kunnen niet aangeslagen worden.

 

Indien de echtgenoten echter samen een schuld aangaan, zullen ze beiden aangesproken kunnen worden. In dat geval kunnen de goederen van beide echtgenoten in aanmerking komen voor beslaglegging.

 

BEVOORDELING VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT BIJ SCHEIDING VAN GOEDEREN:MINDER RUIME MOGELIJKHEDEN

In een stelsel van scheiding van goederen kan men door bedingen van aanwas aan de langstlevende de totaliteit van onverdeelde goederen laten toekomen. Men kan in het huwelijkscontract een schenking aan de langstlevende der echtgenoten opnemen. Vermits men hetzelfde resultaat bereikt met een testament of met een schenking buiten het huwelijkscontract om, wordt dit laatste meestal aangeraden. De schenking in het huwelijkscontract is immers niet eenzijdig herroepbaar wat bijzonder onaangenaam kan zijn indien men in echtelijke moeilijkheden komt.

 

Anderzijds is het in een stelsel van scheiding van goederen wel mogelijk om vrij de bezittingen tussen de echtgenoten te verdelen.

Datgene wat op naam staat van de langstlevende moet bij overlijden niet verdeeld worden, het blijft van de langstlevende. Wat op naam staat van de eerststervende wordt geërfd (door de kinderen / door de ouders, broers en zusters van de eerstoverledene).

Terug naar index

Het stelsel van de algehele gemeenschap

Zoals de benaming het reeds aangeeft, is in dit stelsel alles gemeenschappelijk. Ongeacht de wijze waarop de goederen verkregen werden, zullen ze steeds samen toebehoren aan beide echtgenoten.

Bij ontbinding van het stelsel (echtscheiding of overlijden) zal alles verdeeld worden.

 

In het stelsel van de algehele gemeenschap heeft het geen enkel belang wie iets gekocht of betaald heeft, op wiens naam de bankrekening staat, op wiens naam de factuur staat, of men de goederen reeds bezat voor het huwelijk of tijdens het huwelijk gekocht heeft: alles is gemeenschappelijk.

 

Het feit dat alles verdeeld moet worden, komt vooral bij echtscheiding soms als hard en onrechtvaardig over.

De ene echtgenoot die van zijn ouders een woning en een som geld geërfd heeft, zal niet verheugd zijn indien hij deze goederen voor de helft 'cadeau' moet doen aan de andere echtgenoot, van wie hij of zij gescheiden is omdat hij of zij ontrouw was!

Doch dat is de werking van het stelsel van de algehele gemeenschap; het is dan ook slechts uitzonderlijk dat voor dit stelsel wordt gekozen.

 

 

BEVOORDELING VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT/ECHTGENOTE

 

Het stelsel van algehele gemeenschap biedt zeer ruime kansen om de langstlevende echtgenoot veilig te stellen tegen aanspraken van de kinderen.

Zoals in het wettelijk stelsel kan men bedingen van ongelijke verdeling of voorafname inbouwen. Vermits alle goederen tot de gemeenschap behoren, kunnen dus alle goederen het voorwerp uitmaken van een bevoordelingsbeding (in een wettelijk stelsel kan men geen bevoordeling uitwerken met betrekking tot de eigen goederen).

 

Bron: © 2006 Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat - www.notaris.be  

Terug naar index

ERFRECHT
Afschaffing successierechten voor langstlevende partner
Vanaf 1 januari 2007 moet de langstlevende partner geen successierechten meer betalen op de gezinswoning. Dat staat in een ontwerpdecreet dat woensdag unaniem door het Vlaams Parlement is goedgekeurd. De maatregel geldt zowel voor gehuwden als samenwonenden en ook voor broers en zussen die al drie jaar onder één dak wonen.

Bij het overlijden van een van de partners moet de langstlevende partner nog successierechten betalen op de gezinswoning, ook al blijft die daar verder wonen. Die successierechten kunnen hoog oplopen, waardoor sommigen zelfs de woning moeten verkopen om dit bedrag te betalen. Op het einde van vorige legislatuur werd al gepleit om die "belasting op tegenslag" of "taks op verdriet" af te schaffen. Volgens Vlaams minister van Financiën Dirk Van Mechelen wordt met de regeling "een manifest onbillijke situatie rechtgezet" en gaat het om "een belangrijke stap in de verdere humanisering van de successierechten". De maatregel is ook een fiscale stimulans voor eigendomsverwerving, benadrukt de VLD-minister. "Wat voor mij zo essentieel is aan dit decreet, is het brede maatschappelijke draagvlak. Uit de talloze reacties die we hierover ontvangen, blijkt dat dit decreet tegemoetkomt aan een bekommernis van zowat alle Vlamingen om bij het overlijden van een dierbare partner het leed niet nog eens bijkomend en onnodig te verzwaren", verduidelijkt Van Mechelen. Door de maatregel zou de Vlaams overheid jaarlijks wel zo'n 45 miljoen euro aan inkomsten mislopen.

Bron De Morgen 05-07-2006 (vrw) Belga
Voor meer info over erfrecht : www.notaris.be

Terug naar index