|
Veel wetten betreffende echtscheiding
zijn niet meer aangepast aan de huidige maatschappelijke normen. In het
regeringsakkoord (2003) van de huidige paarse regering is dan ook de
echtscheidingshervorming opgenomen.
|
Uitrekel uit de regeringsverklaring - 14 juli 2003 |
 |
De regering zal in
de komende vier jaar ook veel aandacht besteden aan de
samenlevingsproblemen in ons land. Wij willen de geest van
openheid en wederzijds respect in de interculturele relaties
versterken. Het racisme en het antisemitisme, evenals de
discriminatie van migranten bij het zoeken naar een job zullen
systematisch worden tegengegaan. Het familierecht zal worden
aangepast aan de moderne ontwikkelingen. |
Teksten ministerraad ivm de hervorming van de echtscheiding
- MR. 24 februari 2006
- MR. 25 november 2005
Hervorming van de echtscheiding
-
Ministerraad van 24 februari
2006
Beperking van de schadelijke gevolgen van
de procedure
Op voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx,
Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, heeft de Ministerraad het
voorontwerp van wet tot hervorming van de echtscheiding in tweede lezing
goedgekeurd. Er is een algemene consensus om het begrip schuldloze
echtscheiding in België in te voeren. De Staten-generaal van het Gezin
(zitting 2003-2004) hebben unaniem voorgesteld de echtscheiding wegens
duurzame ontwrichting in het Belgisch recht te integreren. Het doel van
het voorontwerp van wet is het zoveel mogelijk beperken van de
schadelijke gevolgen van de procedure op de relaties tussen de partijen.
Elke scheiding brengt problemen mee. Het is belangrijk dat die niet
worden verergerd door procedureproblemen en de vaak steriele debatten
over de schuldvraag.
Vereenvoudiging van de procedure: één enkele
echtscheidingsgrond
Momenteel bestaan er twee echtscheidingsprocedures: de echtscheiding op
grond van bepaalde feiten (in de meest ruime betekenis: ze omvat ook de
echtscheiding wegens feitelijke scheiding) en de echtscheiding door
onderlinge toestemming. Het voorontwerp stelt een vereenvoudiging
voorop: de procedures worden samengebracht tot één enkele procedure.
Toch betekent dit niet dat de procedure door onderlinge toestemming
wordt opgegeven: ze wordt geïntegreerd in de gewone procedure. Dankzij
deze formule zullen de echtgenoten in gemeenschappelijk akkoord kunnen
scheiden, maar zonder dat het daarom noodzakelijk is dat ze alle
problemen die verbonden zijn aan de echtscheiding oplossen. Ter
herinnering: de echtscheiding door onderlinge toestemming kan momenteel
niet worden uitgesproken indien er geen volledig akkoord is over alle
gevolgen van de scheiding. De echtscheiding zal kunnen worden
aangevraagd op basis van één enkele reden: de duurzame ontwrichting
tussen de echtgenoten. Deze duurzame ontwrichting zal kunnen worden
vastgesteld: - ofwel door het verstrijken van een bepaalde termijn; -
ofwel door de herhaaldelijke bevestiging bij de rechtbank van deze
ontwrichting; - ofwel door de intieme overtuiging van de rechter.
Wanneer het verzoek door beide echtgenoten samen gebeurt, volstaan: -
ofwel 6 maanden feitelijke scheiding; - ofwel twee verklaringen voor de
rechtbank, met minstens drie maanden tussen. Wanneer het verzoek door
één enkele echtgenoot wordt ingediend moet er: - ofwel 1 jaar feitelijke
scheiding zijn; - ofwel twee verklaringen voor de rechtbank, met
minstens zes maanden tussen. Tot slot wordt aangenomen dat er een
duurzame ontwrichting is wanneer een van de echtgenoten bewijst dat de
ander een gedrag heeft vertoond dat de verderzetting van het
gemeenschappelijk leven onmogelijk maakt. In dat geval kan de rechter de
echtscheiding onmiddellijk uitspreken.
De meeste specialisten stellen vast dat het debat over de fout vaak
nutteloos is. De reden voor de ontwrichting is zeer vaak moeilijk uit te
maken en meestal het gevolg is van de dagdagelijkse problemen.
De fout moet niet meer centraal staan bij de echtscheiding. Die moet
worden uitgesproken wanneer de scheiding onvermijdelijk is, welke ook de
reden is.
Het alimentatiegeld
Met het huidige systeem kan alleen de echtgenoot die de echtscheiding
verkreeg ten nadele van de andere partij recht hebben op een uitkering
tot levensonderhoud. Wat het alimentatiegeld voor de kinderen betreft,
verandert er niets; Wat het alimentatiegeld voor de ex-partner betreft,
stelt het hervormingsontwerp ondermeer volgende wijziging voor: -
het alimentatiegeld wordt beperkt in de tijd: behalve in het
geval van uitzonderlijke omstandigheden, zal het maximum worden
gelijkgesteld met de duur van het huwelijk, eventueel verhoogd met de
duur van het gemeenschappelijke leven vóór het huwelijk. - zelfs wanneer
de echtscheiding eenzijdig wordt gevraagd, moet de uitkering tot
levensonderhoud worden betaald. Alleen de echtgenoot die zich schuldig
maakte aan een zware fout, waardoor het samenleven onmogelijk werd, zal
niet de mogelijkheid hebben om een uitkering aan te vragen. - er zal
rekening worden gehouden met de behoeften en met de economische middelen
van de partijen. - De rechter zal de uitkering kunnen aanpassen in
functie van de economische keuzes die de partijen maakten tijdens het
samenleven (men denkt hierbij in het bijzonder aan de echtgenoot die
zich wijdde aan het huishouden of aan de opvoeding van de kinderen). -
de aanvragende echtgenoot moet beschikbaar zijn voor de
arbeidsmarkt en zijn rechten op sociale voorzieningen doen gelden.
Artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek blijft behouden (behouden van het
plafond van een derde van het netto-inkomen, van het economisch
criterium van de levensstandaard tijdens het samenleven, automatische
aanpassing aan het indexcijfer, overdracht van bedragen, enz.).
Behoud van de echtscheiding door onderlinge toestemming
In de schoot van de Staten-generaal van het Gezin (eerste cyclus
2003-2004), bleek er een meerderheid te zijn voor het behouden van de
echtscheiding door onderlinge toestemming. Deze procedure kent heel wat
succes (70 % van de echtscheidingen in 2003). In tegenstelling met
andere vormen van echtscheiding, komen de partijen overeen over alle
gevolgen van de ontwrichting alvorens ze uit de echt scheiden. De
echtscheiding door onderlinge toestemming wordt geïntegreerd in de
unieke echtscheidingsprocedure, maar meerdere aspecten worden
versoepeld, zoals: - het afschaffen van de minimumleeftijd (momenteel 20
jaar); - afschaffen van de minimumduur van het huwelijk (momenteel 2
jaar); - mogelijkheid om gedeeltelijke akkoorden te bekrachtigen tijdens
de procedure (om te vermijden dat dergelijke akkoorden overhaast worden
afgesloten, moet het tijdens de procedure afgesloten akkoord na minstens
3 maanden het voorwerp zijn van een nieuwe bekrachtiging).
Overgangsmogelijkheden tussen de procedures ter bevordering van het
sluiten van gedeeltelijke akkoorden Het ontwerp maakt de overstap
mogelijk van de ene procedure naar de andere indien de relaties tussen
de echtgenoten in de loop van de procedure evolueren. Indien
bijvoorbeeld de echtgenoten een echtscheidingsprocedure opstarten
middels een « zuivere » echtscheiding door onderlinge toestemming (een
volledig akkoord over de echtscheiding en de gevolgen ervan) en niet
meer akkoord gaan over de uitkering tot levensonderhoud, zijn ze vandaag
verplicht de hele procedure van bij het begin te hernemen. De nieuwe wet
zal het mogelijk zal maken door te gaan met de procedure en de
afgesloten akkoorden zullen kunnen blijven bestaan. Ook het omgekeerde
wordt mogelijk: indien de partijen op het moment van de scheiding over
niets akkoord gaan, maar ze tijdens het proces toch akkoorden afsluiten,
kan de rechtbank gedeeltelijke akkoorden homologeren. Zo worden
nutteloze debatten beperkt.
Versoepelde procedure
De partijen kunnen, naargelang de evolutie van het proces, op elk moment
en zonder kosten nieuwe verzoeken indienen. Gerechtelijke bemiddeling
Tijdens de procedure zal de rechter aan de partijen kunnen voorstellen
een beroep te doen op de gerechtelijke bemiddeling.
De gerechtelijke bemiddeling kan, mits akkoord van de partijen, door de
rechter worden aanbevolen of kan worden voorgesteld door een van de
partijen, steeds met akkoord van de andere partij. In dat geval zal de
rechter de gerechtelijke procedure opschorten voor maximum één maand,
zodat de partijen een beroep kunnen doen op de bemiddeling om samen tot
een oplossing te komen voor hun onderling conflict. De gerechtelijke
bemiddeling kan betrekking hebben op het hele geschil of op een deel
ervan. In dat geval kan het bemiddelingsakkoord ook gedeeltelijk zijn.
De rechter zal zich dan uitspreken over de geschilpunten waarvoor er
geen akkoord kon worden bereikt.
Beroepsmogelijkheden
Tegen beslissingen die de echtscheiding uitspreken zal geen beroep
meer kunnen worden aangetekend. De rechtbank zal in de meeste
gevallen de echtscheiding uitspreken op grond van de eenvoudige
vaststelling van het tijdsverloop of van het respecteren van de
procedure (eventuele dubbele verschijning, enz.). Beroep aantekenen
heeft dus weinig zin indien de rechtbank de echtscheiding uitspreekt.
Men zou de mogelijkheid om beroep aan te tekenen kunnen gebruiken als
een vertragingsmanoeuvre. Men kan niettemin wel beroep aantekenen tegen
een beslissing die de echtscheiding weigert. Cassatieberoep blijft
mogelijk, maar de termijn om in cassatieberoep te kunnen gaan werd
vastgelegd op 1 maand (in plaats van 3 maanden in het gemeenrecht).

Hervorming van de echtscheiding -
Ministerraad van 25 november
2005
De Ministerraad keurde het voorontwerp van wet goed dat de echtscheiding
hervormt. Het voorontwerp is een voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx,
Minister van justitie. Beperking van de schadelijke gevolgen van de
procedure Er is een algemene consensus om het begrip schuldloze
echtscheiding in België in te voeren. De Staten-generaal van het Gezin
(zitting 2003-2004) hebben unaniem voorgesteld de echtscheiding wegens
duurzame ontwrichting in het Belgisch recht te integreren. Het doel van
het voorontwerp van wet is om de schadelijke gevolgen van de procedure
op de relaties tussen de partijen zo veel mogelijk te beperken. Elke
scheiding brengt problemen mee. Het is belangrijk dat die niet worden
verergerd door procedureproblemen en de vaak steriele debatten over de
schuldvraag.
Vereenvoudiging van de procedure: één enkele
echtscheidingsgrond
Momenteel bestaan er twee echtscheidingsprocedures: de echtscheiding op
grond van bepaalde feiten (in de meest ruime betekenis: ze omvat ook de
echtscheiding wegens feitelijke scheiding) en de echtscheiding door
onderlinge toestemming. Het voorontwerp stelt een vereenvoudiging
voorop: de procedures worden samengebracht tot één enkele procedure.
Toch betekent dit niet dat de procedure door onderlinge toestemming
wordt opgegeven: ze wordt geïntegreerd in de gewone procedure. Dankzij
deze formule zullen de echtgenoten in gemeenschappelijk akkoord kunnen
scheiden, maar zonder dat het daarom noodzakelijk is dat ze alle
problemen die verbonden zijn aan de echtscheiding oplossen.
Ter herinnering: de echtscheiding door onderlinge
toestemming kan momenteel niet worden uitgesproken indien er geen
volledig akkoord is over alle gevolgen van de scheiding. De
echtscheiding zal kunnen worden aangevraagd op basis van één enkele
reden: de duurzame ontwrichting tussen de echtgenoten. Deze duurzame
ontwrichting zal kunnen worden vastgesteld: - door het verstrijken van
een bepaalde termijn; - of door de herhaaldelijke bevestiging bij de
rechtbank van deze ontwrichting; - of door de intieme overtuiging van de
rechter. Wanneer het verzoek door beide echtgenoten samen gebeurt,
volstaan: - 6 maanden feitelijke scheiding; - of twee verklaringen voor
de rechtbank, met minstens drie maanden tussen. Wanneer het verzoek door
één enkele echtgenoot wordt ingediend moet er: - 1 jaar feitelijke
scheiding zijn; - of twee verklaringen voor de rechtbank, met minstens
zes maanden tussen. Tot slot wordt aangenomen dat er een duurzame
ontwrichting is wanneer een van de echtgenoten bewijst dat er ernstige
aanwijzingen zijn dat de ander gedrag heeft vertoond, waardoor de
voortzetting van het huwelijk onmogelijk wordt. In dat geval kan de
rechter de echtscheiding onmiddellijk uitspreken. De meeste specialisten
stellen vast dat het debat over de fout vaak nutteloos is. De reden voor
de ontwrichting is zeer vaak moeilijk uit te maken en meestal het gevolg
van de dagdagelijkse problemen.
De fout moet niet meer centraal staan bij de
echtscheiding. Die moet worden uitgesproken wanneer de scheiding
onvermijdelijk is, welke ook de reden is.
Het alimentatiegeld
Met het huidige systeem kan alleen de echtgenoot die de echtscheiding
verkreeg ten nadele van de andere partij recht hebben op een uitkering
tot levensonderhoud. Wat het alimentatiegeld voor de kinderen betreft,
verandert er niets. Wat het alimentatiegeld voor de ex-partner betreft,
stelt het hervormingsontwerp voor om het recht op alimentatiegeld 'af te
grendelen' en meer in het bijzonder door het in de tijd te beperken.
De voornaamste wijzigingen zijn: - zelfs wanneer de
echtscheiding eenzijdig wordt gevraagd, moet de uitkering tot
levensonderhoud worden betaald. Alleen de echtgenoot die zich schuldig
maakte aan een zware fout, waardoor het samenleven onmogelijk werd, zal
niet de mogelijkheid hebben om een uitkering aan te vragen. - Als gevolg
daarvan, zal het alimentatiegeld worden beperkt in de tijd: het maximum
zal worden gelijkgesteld met de duur van het huwelijk, eventueel
verhoogd met de duur van het gemeenschappelijke leven vóór het huwelijk.
- er zal rekening worden gehouden met de economische middelen van de
partijen. - De rechter zal de uitkering kunnen aanpassen in functie van
de economische keuzes die de partijen maakten tijdens het samenleven
(men denkt hierbij in het bijzonder aan de echtgenoot die zich wijdde
aan het huishouden of aan de opvoeding van de kinderen). - de
aanvragende echtgenoot moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en
zijn rechten op sociale voorzieningen doen gelden. Artikel 301 van het
Burgerlijk Wetboek blijft behouden (behouden van het plafond van een
derde van het netto-inkomen, van het economisch criterium van de
levensstandaard tijdens het samenleven, automatische aanpassing aan het
indexcijfer, overdracht van bedragen, enz.).
Behoud van de echtscheiding door onderlinge toestemming
In de schoot van de Staten-generaal van het Gezin (eerste cyclus
2003-2004), bleek er een meerderheid te zijn voor het behouden van de
echtscheiding door onderlinge toestemming. Deze procedure kent heel wat
succes (70% van de echtscheidingen in 2003). In tegenstelling tot andere
vormen van echtscheiding, komen de partijen overeen over alle gevolgen
van de ontwrichting alvorens ze uit de echt scheiden. De echtscheiding
door onderlinge toestemming wordt geïntegreerd in de unieke
echtscheidingsprocedure, maar meerdere aspecten worden versoepeld,
zoals: - het afschaffen van de minimumleeftijd (momenteel 20 jaar); -
afschaffen van de minimumduur van het huwelijk (momenteel 2 jaar); -
mogelijkheid om gedeeltelijke akkoorden te bekrachtigen tijdens de
procedure (teneinde te vermijden dat dergelijke akkoorden overhaast
worden afgesloten, moet het tijdens de procedure afgesloten akkoord na
minstens 3 maanden het voorwerp zijn van een nieuwe bekrachtiging).
Overgangsmogelijkheden tussen de procedures ter bevordering van het
sluiten van gedeeltelijke akkoorden. Het ontwerp maakt de overstap
mogelijk van de ene procedure naar de andere indien de relaties tussen
de echtgenoten in de loop van de procedure evolueren. Indien
bijvoorbeeld de echtgenoten een echtscheidingsprocedure opstarten
middels een « zuivere » echtscheiding door onderlinge toestemming (een
volledig akkoord over de echtscheiding en de gevolgen ervan) en niet
meer akkoord gaan over de uitkering tot levensonderhoud, zijn ze vandaag
verplicht de hele procedure van bij het begin te hernemen. De nieuwe wet
zal het mogelijk maken door te gaan met de procedure en de afgesloten
akkoorden zullen kunnen blijven bestaan. Ook het omgekeerde wordt
mogelijk: indien de partijen op het moment van de scheiding over niets
akkoord gaan, maar ze tijdens het proces toch akkoorden afsluiten, kan
de rechtbank gedeeltelijke akkoorden homologeren. Zo worden nutteloze
debatten beperkt.
Gerechtelijke bemiddeling
Tijdens de procedure zal de rechter aan de partijen kunnen voorstellen
een beroep te doen op de gerechtelijke bemiddeling. De gerechtelijke
bemiddeling kan, mits akkoord van de partijen, door de rechter worden
aanbevolen of kan worden voorgesteld door een van de partijen, steeds
met akkoord van de andere partij. In dat geval zal de rechter de
gerechtelijke procedure opschorten voor maximum één maand, zodat de
partijen een beroep kunnen doen op de bemiddeling om samen tot een
oplossing te komen voor hun onderling conflict. De gerechtelijke
bemiddeling kan betrekking hebben op het hele geschil of op een deel
ervan. In dat geval kan het bemiddelingsakkoord ook gedeeltelijk zijn.
De rechter zal zich dan uitspreken over de geschilpunten waarvoor er
geen akkoord kon worden bereikt. Beroepsmogelijkheden Tegen beslissingen
die de echtscheiding uitspreken zal geen beroep meer kunnen worden
aangetekend. De rechtbank zal in de meeste gevallen de echtscheiding
uitspreken op grond van de eenvoudige vaststelling van het tijdsverloop
of van het respecteren van de procedure (eventuele dubbele verschijning,
enz.). Beroep aantekenen heeft dus weinig zin indien de rechtbank
de echtscheiding uitspreekt. Men zou de mogelijkheid om beroep
aan te tekenen kunnen gebruiken als een vertragingsmanoeuvre. Men kan
niettemin wel beroep aantekenen tegen een beslissing die de
echtscheiding weigert.
Cassatieberoep blijft mogelijk, maar de termijn om in
cassatieberoep te kunnen gaan werd vastgelegd op 1 maand (in plaats van
3 maanden in het gemeenrecht).

|